E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Bergen, 14 oktober 1939

Bergen, Zaterdag.

 

Beste Menno,

Met smart vernomen dat je door tooneelbesognes van ons bent afgelast. Ik ga nu eerder nr Amst. - Nog steeds lees ik Rauschning, maar echt tijd heb ik er niet voor. Ik wil erover schrijven, tegelijk met stukjes over De Kadt en de Rougemont, voor Krit. en Opb. Voor Gr.Ned. schreef ik gister over Duymaer v.Twist en Mult. Mijn stuk over jou en V. heb je nu wschl. al gelezen; laat Ant er geen tijd aan verspillen en stuur het door; bewaar s.v.p. het reçu v/h aanget. stuk en geef me dat nu als ik in Den Haag kom (ik denk tegen den 20en). Kunnen Bep, Alain en ik tegen dien tijd ‘gedrieën’ bij jullie terecht, of zullen we ons splitsen en zal ik weer bij Fredje mijn toeverlaat zoeken? Bep blijft tot ± 20 hier in Bergen, ik ben vanaf Maandag weer Dan. Willinkplein 47, Amsterdam. Ziedaar alle praktische details, moreele en psychologische volgen later.

Ben zéér benieuwd naar je art. over De Kadt. Ook naar die inzinking die v.Cr. vindt in het midden van de v.H.'s, want m.i. leeft de heeleboel juist in het midden op, als het eig. schandaal begint. Gelijk trouwens ook geconstateerd door dien al-of-niet Buning in de Tel.

Jany zit hier nu bij ons Rauschning in te kijken en kijkt vies, gelijk te verwachten was. Welke razend geworden fransche generaal massacreert dit heele zoodje, oud en jong, hooger en lager? Anders komt er toch weer p..p van. Tot nader.

Je

E.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie