E. du Perron
aan
C. van Wessem

Brussel, 1 november 1925

Brussel, 3 rue Belle-Vue

 

1 Nov. '25

Zeer Geachte Heer Chasalle,86

Ik haast mij u nog vóór mijn vertrek naar zonniger gewesten - overmorgen - te antwoorden. De Driehoek is niet geheel en al ter ziele, doch ik vrees eenigszins uitgedroogd door Peeters' exclusief ‘konstruktivisme’.87 Dat het sedert eenigen tijd niet verscheen is evenwel meer direkt aan Belgische drukkers-stakingen te wijten; binnenkort ontvangt u wel drie nummers tegelijk. - Wat de Cahiers betreft, zij zullen zonder twijfel na hun eerste serie (die reeds een nummer meer telt dan aanvankelijk werd besloten) ophouden te verschijnen; het tijdschriftje zelf zal trouwens de 12 nummers niet overleven. Dit werd bij de oprichting emotieloos voorzien; hoe zou het anders? de abonné's maken hoogstens de verzendkosten goed. - Hierme is u ingelicht niet alleen ten opzichte van het broos bestaan des Driehoeks, maar van ieder ‘modern’ beweginkje in Vlaanderen, althans literair - en voor zoover ik weet.

Van Peeters vernam ik dat u een Belgisch uitgever, of verkooper, zocht voor uw boeken. Heeft u bij den Nederlandschen Boekhandel, St. Jacobsmarkt, te Antwerpen, geprobeerd? Hier in Brussel zijn twee verkoopers van Nederl. boeken; ‘Gudrun’ en ‘de Standaard’, beide Boulevard Emile Jacquemain (ook zonder nummer komt het terecht). Doch ik raad u aan event, alles terdege met de heeren vooruit te behandelen, of beter nog dit door uw Hollandschen uitgever te laten doen.

Met vriendelijke groeten gaarne uw dienstwillige

EduPerron

86Toen Constant van Wessem (1891-1954) zijn eerste brief aan DP schreef, had hij al ruim tien jaar literaire bedrijvigheid achter de rug. Hij behoorde tot de leidende figuren van Het getij en De vrije bladen. Onder zijn pseudoniem publiceerde hij in het juli-nr. van De drie hoek een stukje, ‘Verveling der verveling’. In de volgende aflevering, van augustus, waren hij en DP beiden vertegenwoordigd: DP met een stukje over Jean Cocteau, waarin hij releveerde dat Van W in Holland een lezing over Cocteau had gehouden; Van W besprak waarderend DP's gedichtenbundel Filter.
87DP kon zich steeds moeilijker verenigen met de rechtlijnige opvattingen van Peeters inzake kunst. Het is mogelijk, dat hij hier meer rechtstreeks doelt op het ‘Manifeste pour la peinture’, dat Peeters publiceerde in De driehoek 1 (1925) 7 (okt.); zie ook: ‘Herinneringen aan “modern” Vlaanderen’: Vw 7, p. 502.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie