E. du Perron
aan
A.C. Willink

Bazel, 24 november 1926

Bazel, Woensdagavond, 24 Nov. '26.

 

Beste Willink,

We zijn hier Maandagavond aangekomen maar niet hedenmorgen weggegaan. Dit scheelt ons even 250 Zwitsersche franken! - spreek me daarna nog van Zwitsersche properheid (in anderen zin dan den huishoudelijken). De andere dagen waren bij Cook vooruitbetaald; het is dus de prijs voor één dag! - Maar het was de bitterste noodzakelijkheid - of de snerpendste, die ons hier hield; want, met een bijna onuithoudbare tandpijn (juister: gat-van-de-tandpijn) hier aangekomen ben ik den volgenden morgen zoodra de man mij eenigszins hebben kon naar een dentiest geloopen die met koelheid constateerde dat in de wond het kaakbeen blootlag, en verder ontstoken was, wat èrg kon worden zei-d-ie, zoodat ik maar veel met een vocht dat-ie me opgaf spoelen moest, wel eens ieder half uur, en ja, verder kon-ie me niet helpen, want hij had een drukke clienteele, en erg veel eraan te doen was er ook niet. Veel spoelen maar om grootere infectie te voorkomen. En verder nietwaar? de tijd...

Intusschen verging ik van de pijn. Dus dien heelen dag en vandaag ben ik - om mij wat te verwennen na het gezwerf door Parijs in avondkou en het voor de 2e maal verwerken van de Salon d'Automne - in de kamer gebleven, met warme compressen rechts-onder op mijn tronie; en spoelen om het half-uur natuurlijk. Ik heb erbij gewonnen dat de pijn wat gezakt is, of opgetrokken, ongeveer in mijn oor. Enfin, het is in dubbelen zin een afleiding. En nu? de tijd!

Ik heb ook, begrijpelijkerwijs, en om mij schadeloos te stellen voor het mankeeren van twee rijtoeren, verwoed gelezen. O.a. het heele theater van Clara Gazul (van Mérimée) in één dag; en ik zend er je een gedeelte van. De tekst is wat erg goedkoop romantisch, en slechter dan de rest, maar de illustraties erin zijn misschien wel de beste. Ik dacht dat het je als zoodanig intereseeren kon en herinnerde mij ook je handigheid in 't binden. Met een papieren kaftje erom zou dit nog een elegant luxe-boekje kunnen lijken. En onleesbaar is het niet; zelfs een beetje beter (ware 't slechts van taal) dan De Twee Weezen149, die je best zouden kunnen boeien als je, zonder de conversatie van Berckelaers (op aers)*, in de Dôme zit. - Enfin, zie zelf maar. (Ik bedoel: in het boekje.)

Wij gaan morgen door, en zijn, zonder catastrophen, tegen half 5 te Lugano. Dan is ons adres voor 5 dagen: Hotel du Parc. Daarna, want het zal wel net zoo'n onmogelijk hotel zijn als hier, wat de prijzen betreft, als het ons gelukken mocht minder gevild - en Dorbeen151 zou erbij zeggen: ‘doch niettemin gevuld’ - verder in Zwitserland te leven, gaan we direct door naar Menton; over Milaan en Genua. (Ik zie met schrik de Italiaansche en dan wéér de Fransche douane tegemoet! - wij reizen met 22 colli's.)

Uit Lugano hoor je meer van mij. Bestudeer het Parijsche naakt, bid voor het gat van mijn tand en geloof mij bij leven

je goede vriend

EduP.

149Een voor de Tweede Wereldoorlog populair volksstuk naar het Franse Les deux orphélines van Adolphe d'Ennery.
*Spelling v. Vondel. De Vries en te Winkel schrijven: aars.150
150Vgl.: Berckelaers (en art)/Seuphor (en or), ‘Mariages et divorces’, in het laatste nummer van Het overzicht. Zie ook DP in zijn Cahiers, Vw 2 p. 174.
151Personage uit de Camera obscura dat de gewoonte heeft woorden te verdraaien.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie