E. du Perron
aan
P. van Ostaijen

Brussel, 1 maart 1928

Brussel, 1 Maart '28.

Beste Paul v.O.,

De binder heeft mij alweer verlakt: nu komt hij pas Zondag. Ik zal dus minstens tot zolang moeten wachten om je Salle 6 en Wilde door Harris te zenden. Maar je krijgt ze vast. Ik zend je vandaag Les Dieux ont soif, een vrij leesbare France. En over een paar dagen, de enige werkelik leesbare France, La Révolte des Anges (als je het nog niet kent). Ik zit mij, in afwachting van mijn eigen boeken, zo te verdommen dat ik allerlei twedehandsboekjes koop en doorlees. Voor het ogenblik ben ik bezig mijn antipatie tegen France aan te wakkeren: die vent is verdomme in zijn beste ogenblikken een leraar die mopjes tapt voor de klas. Men meet werkelik weer eens de kolossale stommiteit na van het grote - ook het grote belezen - publiek, als men het sukses beschouwt van zo'n France. Le Lys Rouge is ongetwijfeld het domste boek dat ooit met ijver in elkaar werd gezet; van liefdesromannetjes gesproken, ik zou haast Een Voorbereiding gaan bewonderen, als ik er Le Lys Rouge naast leg. La Rôtisserie de La Reine Pédauque, als je er alle leraar-discoursen (met leraars-geest) uit gooit, wordt een vlotte, niet onvermakelike 18e eeuwse roman. Thaïs is een manuel de religion et de philosophie tot verhaal omgewerkt, in het genre van de ‘manuels pour dames’. En de rest is beneden alles - wel te verstaan, altijd in hetzelfde genre. Ik heb France sedert 1921 niet meer in de hand gehad; ik geef me rekenschap dat het een oneindig ergerliker zaadzak is dan ik ooit heb kunnen vermoeden. D'Annunzio zonder de hele klassieke kultuur, France zonder zijn filosofiese en religieuse biblioteek (om op de twee kanten van de balans te leggen), in Godsnaam wat bleef er van die twee grote mannen over? Een beetje mooischrijverij, en overigens: een oorspronkelik talent niet groter dan dat van een Georges Ohnet307; werkelik.

Ik heb gisteren drukproeven nagekeken voor Dinger en ze hem doorgezonden. Die ‘kroniek’ van hem is griezelig van stommiteit. Ik heb hier en daar in de marge een aantekening gezet, maar de vent zal er natuurlik geen rekening mee houden. En het bedonderdste is dat zijn kroniek - hoe we 't ook draaien - natuurlik zal worden aangezien voor ‘de houding van Avontuur’. Het beste zou misschien tòch zijn - altans voor de eerste jaargang - alle krities werk te weren. Op grond daarvan zou ik hem die kroniek dan kunnen terugsturen (maar eerst gaat-i naar jou toe, je moet het fraais ook eens zien.) Die ‘fooneetiesche’ spelling van de man verbergt(?) de schreeuwendste onkunde; hij schrijft ‘Amoureusche308 (!) Kwadrijnen’. Ik heb hem ditmaal een voudigweg gezegd dat hij die fout had te verbeteren en dat ik hem de keus liet tussen s en z. Morgen gaat hij het ‘fooneetiesch’ over ‘boosche’ mensen hebben! - In de kritiek die jij op het ogenblik hebt schreef hij, ook ‘fooneetiescherwijs’, falen met een v. (Ik heb dat verbeterd). - Zouden wij heus maar niet in de volgende 5 nrs. nog uitsluitend creatief werk zetten, ook als tegen-prestatie van het geëssayeer van de Hollandse jongeren? Jij hebt in Antwerpen toch nog wel een paar onuitgegeven grotesken? Schrijf me spoedig terug en zeg me hoe je je voelt bij dit mooie weer? (Ikzelf heb weer griep of zo.)

Tot nader. Steeds je

EdP.

P.S. - Daar komt nèt een enveloppe binnen van Blijstra, inhoudende 25 gldn. en ingesloten gedicht (voor jou) van een man van (gezond) verstand.309 Breng het waar het wezen moet.

307In zijn tijd populaire, later nagenoeg vergeten romancier.
308Dubbel onderstreept: ch.
309Een parodie op het ‘Alpejagerslied’.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie