E. du Perron
aan
N.A. Donkersloot

Gistoux, 8 juli 1929

Gistoux, Maandag.

 

Beste Donker,

Greshoff zalje geschreven hebben-of anders nog schrijven-dat hij 17 Juli a.s. eerst uit-geëxamineerd zal zijn en dus 's nachts-de nacht van dien datum!-in Brussel terug kan worden verwacht. Zou je het dus zoo kunnen inrichten dat je, als je den 16en hier komt, den 19en eerst weggaat? We zullen goed voor je zorgen-maar in de eerste plaats moeten we natuurlijk vermoeienis vermijden. Ik beschik wel over een auto, maar toch, ook zóó zou het vermoeiend kunnen worden, als je te veel menschen op één dag zou moeten ‘afdoen’, of teveel heen-en-weer rijden tusschen G. en B.

Bedenk dit dus goed. Stel dat je den 16en aankomt, dan gaan we direct per auto door naar Gistoux (d.i. 3 kwartier verder) en je rust dien avond dan maar uit en den volgenden dag ook. Een kleine wandeling hier zal je niet vermoeien. Den 18en zouden we dan Greshoff in Brussel kunnen opzoeken, en dan kan ik het vooruit zoo inrichten dat we Jan van Nijlen ook nog zien-bij hem op 't bureau of bij Greshoff-en, als je erop gesteld bent, ook Eef Lidth. Daar zullen we 't dan bij laten, vind je niet? als je teveel menschen bijeen ziet, heb je er trouwens niets meer aan. - Wat Slauerhoff betreft, je hebt kans dat je dien reeds in Gistoux treft, maar zeker is het niet-zooals niets met hem zeker is.666

Waarschuw me tijdig vooruit; bijv. een week.

 

* * *

 

Dit afgedaan, nog wat over je boek.667 Ik las er reeds de 2 eerste hfdstn. van en waarachtig, je geeft me lust die mannen van '80, naast je tekst, weer wat ter hand te nemen! Het eerste hfdst. is m.i. wat te veel naar één conclusie gedreven, de conclusie die noodig was voor je thesis; maar hfdst. 2 is uitstekend: klaar, volledig, boeiend. Over de rest later, na diepgaande studie (ĕhm...) van mijn kant.

Nu wat die stelling betreft: de Nieuwe Gidsers romantisch,-daarop moet men wel ja antwoorden, zooals je het voorstelt; maar het zou neen zijn als men ‘romantiek’ neemt in den zin van ‘barok’ eigenlijk. Dan natuurlijk zijn Hugo, Byron, Shakespeare en Rembrandt ook, romantisch in den vollen zin van het woord (hoe groot of hoe klein de echtheid in hun werk ook zij) en dan zijn Kloos, Van Eeden, enz. het après tout toch weer niet. Hoe meer ik over dien term ‘romantisch’ nadenk, hoe minder hij mij zegt. Ik geloof dat er ten slotte twee groepen van kunstenaars zijn-en van mènschen-: zij die gerevolteerd zijn tegenover het absurde leven (revolutionnair, romantisch met en zonder verlangen naar beter, opstandig, enz.) en zij, die, ondanks alle nuancen, vinden dat, in laatste instantie ‘tout est pour le mieux dans le meilleur des mondes possibles’668, vooral met een andere wereld op den achtergrond.

Als men de persoonlijkheden afzonderlijk beschouwt, kan men gaan praten over 1001 kleinere of grootere détails, nuancen, enz. - maar grof genomen behoort iedere kunstenaar min of meer tot groep 1 of groep 2. En als je onze generatie bekijkt, dan krijg je weer, zonder moeite eigenlijk, een soortgelijke indeeling. De jong-katholieken behooren-ambtshalve, zou ik haast zeggen-tot groep 2. Evenzoo Marsman, nadat hij het Paradijs herwonnen heeft en met een ‘dictatorschap’ over dat j.k. groepje werd beloond. Tot groep 1 behoort, zonder twijfel, Slauerhoff; behoor ik ook, uithoofde van mijn hondsch en moerassig karakter669, en ook omdat de ‘humor is... een houding waarmede de romanticus zich het raadselachtig leven draaglijk maakt’ (p. 18-19 van je boek); behoort Blijstra (vgl. de ‘kleine hel’ volgens Engelman), behooren nog een paar anderen (welke dan ook weer de mate mag zijn van hun talent). En, in tegenstelling met den Nieuwen Gids-tijd, toen alle jonge kunstenaars, Van Eeden ook, in het begin, vrijwel tot groep 1 behoorden, is deze groep op het oogenblik in Holland weer de minderheid. Men heeft weer zooveel troost gevonden, en zooveel hoop, in de literatuur. Jij ook, beste Donker, behoort tot groep 2, alleen met een volkomen afwezigheid van wat bij de jong-katholieken een houding-een voorgeschreven houding-is, oprecht of minder oprecht, dit doet er weer niet toe. Die jonge man Smit, die immers het tegendeel is van een jong-katholiek (?),670 behoort ook tot groep 2, verder Willem de Mérode en wie al niet?-(wat geldt is altijd, ten slotte, het talent-maar als we toch aan het indeelen zijn....)

Den Doolaard: groep 1 (maar met gebral), Theun de Vries (daar ben ik niet zeker van!), H. de Vries (groep 1 ook)-en heelemaal tusschen de twee in, niet weifelende, maar commercieel coquetteerende met de twee, iemand als Urbanus van de Voorde, met zijn gym-nastiekmeesterssmoelwerk, dat ik, nog liever dan zijn gat, met mijn schoenzolen zou willen bewerken.

Et sur ce-neem ik weer afscheid van je, in de hoop spoedig wat van je te hooren-en keer tot je rijpe boekwerk terug...

Als steeds je EdP. -

 

Van Gr. vernomen dat je ook nog de Dom-prijs kreeg.671 Nieuwe gelukwenschen! Zou het nog wat zoo doorgaan?

666Van 16 tot 19 juli logeerde Donkersloot op Gistoux, waar in die dagen ook Slauerhoff DP's gast was, en ontmoette toen Greshoff, Van Nijlen en Stols in Brussel. Donkersloot schreef over zijn bezoek in ‘Voorronde van een vriendschap’, in De nieuwe stem 18(1963), p. 669-670 en 682-683.
667Donkersloots dissertatie.
668Ontleend aan Voltaire's Candide.
669Toespeling op wat Marsman schreef over DP in zijn bespreking van Poging tot afstand (NRC, 8 juni 1929).
670De protestantse dichter en latere hoogleraar W.A.P. Smit, geboren in 1903.
671Voor de in 1929 verschenen dichtbundel Kruistochten.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie