E. du Perron
aan
A. Roland Holst

Oxford,733 5 november 1929

Dinsdagavond.

 

Beste Jany,

We zijn één avond verder (ik schreef je vanmorgen). Ik zal je zeggen wat Eveline is: een typische Engelsche allumeuse - die haar ‘temperament in inkt omzet’ zooals jij zegt, en daarnaast gaat tot àlle bedrijven van de demi-vierge, d.w.z. tot alles behalve het laatste bedrijf. Daar ik hier weinig voor voelde, heb ik in den loop van heden twee curieuse brieven734 gekregen (die ik je bij gelegenheid hoop te vertoonen als interessante specimina van het soort) - het gevolg is dat ik me ontzettend wee en misselijk voel en zonder haar verder te schrijven zelfs morgen naar Brussel, of althans naar Londen ga. Ik schrijf je over eenigen tijd nader, - antwoord dus niet meer hierheen maar naar Gistoux.

Met een ferme hand steeds je

Ed.

 

Deze geschiedenis is een beetje jammer geweest voor het ‘beeld’ dat ik mij gevormd heb, maar ik ben toch blij de zaak meegemaakt te hebben; het heeft me een alleraardigste kijk gegeven op een soort (Engelsche) vrouw. - Ik begrijp sommige dingen van Lawrence nu ook beter. En het ‘beeld’ blijft - in principe - onaangetast voortbestaan.

Houd dit geheel vóór je: zeg maar dat je niets weet.

733Briefpapier van het Mitre Hotel.
734Zie wat de strekking van deze en andere brieven betreft de in 350n5 genoemde passage uit Het land van herkomst.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie