E. du Perron
aan
J. Greshoff

Lugano,770 26 december 1929

Lugano, 26 Dec. '29.

 

Beste Jan,

Het leven gaat hier rustig om: als Kerstmis de Tessineezen maar niet zoo brullen deed! Jany komt morgen hier: mij opzoeken met een Engelschman uit Ascona, een niet onvermakelijke oude vrijer, Mr. Whitbrooke,771 die met mij dineeren zal terwijl Jany de vork bij zijn oom en tante hanteert. Die zitten al. in het Lloyd-Hotel, maar diep incognito (tante is zestig jaar geworden op den laatsten verjaardag van Christus). - Ik heb zooeven, eigenlijk uit pure verveling, een groot artikel gelegd over Den Doolaard's modernen roman.772 Maar ook voor jou heb ik iets. Door Jany ben ik in Ascona in kennis gebracht met een wonderlijk mannetje, gewezen diplomaat, enz.: ‘le Jonkheer F. van der Hoeven’,773 een halve Hollander, halve Rus, die in een casa van vrienden woont, moederziel alleen en zonder duiten. Een alleramusantst verteller! Jany, Whitbrooke en ik hebben uren naar hem zitten luisteren - hij heeft verder dat stukje geschreven over ‘Oom Paul’774 in de December-Gids; ik weet niet of het je opgevallen is, maar het is zéér levendig en heeft een typischen toon. De man is een soort gepensioneerde dame d'atours, zooals Whitbrooke zegt, en een onuitputtelijke chronique scandaleuse: hij schrijft Duitsch of Fransch, maar zou ook graag in Holland publiceeren: alle beetjes helpen. Ik heb hem gezegd dat ik met plezier zijn stukjes vertalen zou, maar ik wou hem met jou in verbinding stellen, vnl. met het oog op de Hollandsche Revue. Wat denk je ervan? Hij beloofde mij twee opstellen over de oude Reine de Naples (zuster van de vermoorde Elisabeth van Oostenrijk); hij heeft mij die verhalen verteld: ze zijn àller-aardigst! - Verder wil hij mij naar zijn tante sturen, de weduwe van een andere Van der Hoeven, zij moet zeer mooi en geestig zijn geweest en ook prachtige dingen te vertellen hebben: o.a. over haar schermutselingen met den keizer van Duitschland.* Als ik naar Nice ga, waar zij nu woont, zal ik haar zeker opzoeken. Het is een oude dame van in de 70 nu, die ook satyrieke kwatrijnen heeft geschreven: ‘le Rubaiyat Moderne’ (sans nom d'auteur). Ik kan misschien zelf met deze twee menschen wat maken! - In ieder geval zal ik beginnen met die verhalen van de koningin van Napels, maar je moet Koning775 dan zeggen dat hij voor een stuk van behoorlijke lengte minstens fl.20,-à fl.25,-geeft; voor dien man is dat een heeleboel. Jany zou van zijn kant zijn best doen om hem in De Gids te houden - en later zouden wij kunnen probeeren de artikelen uit Gids en Holl. Revue (en waarom niet Groot-Nederland) te bundelen bij een uitgever als Meulenhoff bijv. (met een paar portretten). Als ik hem jouw adres gegeven heb en hij schrijft je, moet je van jouw kant ook maar probeeren hem te helpen: door hem bij Coenen te introduceeren bijv. Ik zeg je, de man is onuitputtelijk: hij is niet alleen altijd in diplomatieke kringen geweest, maar ook in Thibet, in Griekenland, enz.

Overigens weinig nieuws. Het was heel aardig bij mevrouw Fröbe, maar ik denk niet dat ik daar terugkeer, ook om Jany niet te zeer af te leiden, nu hij weer wat werkt. Wij mogen elkaar graag, maar vinden het, geloof ik, over en weer nogal moeilijk om voortdurend met elkaar op te schieten. Dus, van hier wordt het wschl. de Côte d'Azur. Italië is te duur: even duur als Zwitserland, en Sicilië is, naar men zegt, erg koud in den winter. Men voorspelt overigens een winter, even hard als den vorige. Hier is het, voor het oogenblik, best uit te houden: erg stil en aangenaam; en het zou mij verwonderen als tante Jet's incognito het mijne overtrof. - Hoe maken jullie het? Wat doe je? Schrijf mij naar het adres van Jany, dat lijkt mij het veiligste. Als ik later een vaster adres heb, schrijf ik het je direct. - Nu, Jan, tot zooover. Het beste, ook met de kinders en Aty; de hartelijkste groeten van jullie

Ed.

776(Vind je dit niet een onverslaanbare naam?)

770Briefpapier van hotel Condor Rigi.
771Een Engelse kennis van Roland Holst, een diplomaat in ruste die hem ook wel in Nederland kwam opzoeken.
772De laatste ronde; de recensie werd gepubliceerd in DGW 29(1930) 1(jan.), p. 7-9 (Vw 2, p. 200-206).
773Niet nader geïdentificeerd, evenals ‘de weduwe van een andere Van der Hoeven’ verderop.
774Paul Krüger. ‘Toen oom Paul niet naar Berlijn mocht’, in De gids 93 (1929) 12 (dec.), p. 347-354.
*Il avait, zegt ze, la politesse d'un sous-officier.
775Johan Koning, een relatie van Greshoff, was redakteur van De Hollandsche revue.
776Rechts boven de aanhef, met een pijl naar de naam ‘Th. Barmettler-Emmenegger’ in het briefhoofd.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie