E. du Perron
aan
C.J. Kelk

Gistoux, 3 april 1930

Gistoux, Donderdag.

 

Beste Kelk, (Cornelis-Jan),

Ik heb weer in je oude boekjes1009 zitten lezen en heb er de pest over in gekregen dat al je jeugdliedjes zoo verspreid* staan. De Zonde van Pierrot is als fantasie wel aardig; maar de liedjes zijn er toch de voornaamste bekoring van. Ik heb dus opeens een kloek besluit genomen en heb mijn exemplaren verknipt, in de hoop er eens een ander en definitiever exemplaar voor in de plaats te krijgen. Want ik heb mijn schanddaad voortgezet: ik heb al je gedichten, sonnetten, liedjes, liedfragmenten uit het tooneelstukje geknipt en, als een kind dat zich aangenaam bezighoudt, opgeplakt; en twee afgebroken regels met eigen pen aangevuld, en ééns, om uit twee aardige fragmenten één goed gedicht te maken (dat nu minstens Apocalypsus heeten moet), een heele strophe van zegge vier regels er tusschen gedicht. De uit-slag is: 32 gedichten, waaronder eenige zeer goede, en niet één oncharmant. Het is jeugdwerk - goed; maar dat geeft er de voornaamste bekoring aan. Ik zend je gelijk hiermee mijn ‘kopij’, met kruisjes overal waar ik iets wijzigde, al was 't maar typographisch. Ik wou n.l. een heeleboel puntjes minder zien; dat staat zoo bakvischachtig! Kijk jij nu alles op jouw beurt na, en waar mijn medewerking - die geheel gratis is! - je niet bevalt: schrap op jouw beurt en breng je eigen wijziging aan. Dan moet je boven alles titels zetten. En goed zoeken in je portefeuilles of je niet nog wat oude - of nieuwere verzen hebt, die hier bij kunnen. Met nog een achttal onuitgegeven gedichten bijv. zouden we een aardig bundeltje kunnen vormen van drie vel. Kijk ook eens in je tooneelstukken (De Alcalasche Moordverwarring b.v.) of dààr niet nog verzen staan, die losgemaakt zouden kunnen worden en hier opgenomen. Het geheel zou iets worden tusschen Pierrot en Ubu1010, dat lijkt mij juist zoo aardig. - Zetje er eens serieus aan en stuur mij dan alles terug. Ik zal dan probeeren het ensemble bij Stols uitgegeven te krijgen, als je dat goedvindt, of anders bij gelegenheid zelf een uitgave ervan maken, in de beroemde 30 - maar 't kan ook 60 of 100 zijn - exemplaren.

Titels als ‘Liedje’, ‘Avond’, ‘Scherzo’ en dgl. vind ik een beetje lullig: ze verklaren iets wat vanzelf spreekt. Spitsje brein dus op het aanbrengen van aardige titels. En geef ook een aardige titel aan het ensemble.1011

Hoe maak je het verder? Ontving je ook reeds van Slau Schuim en Asch? en Archipel? Dit laatste kan je ook van mij krijgen.

Laat eens wat van Uw Welgedaanheid vernemen. Liefst dat je spoedig hier komt.

Met hartelijke groeten, steeds je

EdP.

 

Geef ook de volgorde aan van de gedichten, door consciencieuze pagineering. En doe mijn groeten aan je Zoetjelief1012 en aan Constantijn, heer van Wessem.

1009De zonde van Pierrot (1920), De terugkeer van Don Juan en De Alcalasche moordverwarring (1924, samen met Van Wessem), Het hof der dwazen (1923) en Katrijn (1928), geschreven voor het toneel. Ook met Van Wessem publiceerde hij in 1921 de poëzie-en prozabundel Lampions in de wind.
*en toch zoo opgeborgen
1010Kelk vertaalde in 1922 Jarry's Ubu roi, samen met F. Chasalle en E. Vergé.
1011DP's keuze leidde in 1932 tot de bundel Spelevaart.
1012Suzie van Hall, Kelks eerste vrouw, met wie hij eind 1930 trouwde.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie