E. du Perron
aan
G.H. 's-Gravesande

Gistoux, 8 april 1930

Gistoux, Dinsdag.

 

Zeer geachte heer 's Gravesande,

Hierbij reeds het interview terug. Ik heb het misschien wat ‘geflatteerd’, maar dat geeft een prettig artikel! Laat u vooral geen na-men weg? ik vind het zoo prettig al die serieuze menschen een beetje knorrig te maken. Hier en daar heb ik ook wat laten vervallen, maar over het algemeen uw aanteekeningen op den voet gevolgd en alleen wat uitgebreid. Het is een prettig werkje, de toon ervan is zoo sympathiek.

Heeft u er bezwaar tegen dat ik het interview - of althans stukken eruit - in het 2e deel van mijn Cahiers v/e Lezer opneem?1022 Het 1e is al ter perse bij Stols (d.w.z. cahier 1-3; 4-6 volgt1023).

De bibliografie zal ik maar kort houden, vindt u niet? Een volledige bibliografie met alle plaquetjes en uitgaafjes in 13 en 20 exx. ware te dwaas!

Tot nader en met vriendelijke groeten, hoogachtend uw dienstw.

EduPerron

 

Kramers zal wel wat brommen dat het zoo lang geworden is, maar geeft u de schuld dan aan mij. En dat stukje over Mien Proost kan er nu beter uit, vind ik; dat zijn dan weer 10 regels minder!

1022Zie Vw 2, p. 192-99.
1023Voor kleine parochie en Vriend of vijand.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie