E. du Perron
aan
G.H. 's-Gravesande

Brussel, 9 januari 1931

Brussel, Vrijdag 9.1.31.

104, Bd. Brand Whitlock.

 

Zeer geachte heer 's Gravezande,

Gelijk hiermee gaat een copy van mijn schrijven a/d red. Vaderl. naar Kramers; er is misschien één beletsel,* maar anders plaatst hij het wel. Anders is het mij, après tout, ook goed. Ik geloof dat met wat ik hem, in mijn gesprek over Sl., gezegd heb, de klier geladen genoeg kon zijn.

Voor uw plannetje1443 kan zeker wat worden gedaan. Een Chineesch vers van Slauerhoff krijg ik zeker wel van hem los; alleen moet hij daarvoor eerst in het land terug zijn - dus niet vóór begin Februari. Ikzelf heb op het oogenblik helaas niets, althans dat apart te publiceeren is, noch in proza, noch in poëzie. Maar ik houd uw idee in gedachten.

U zou van Slauerhoff toch nog moeten hebben de bundel Eldorado (Van Dishoeck), die zoo duur niet is en misschien wel zijn beste. Ik zal zien dat ik u 1 ex. bezorg van de Fleurs de Marécage van Stols; de mijne is helaas ook geheel ‘uitgeput’. Als ik een ex. voor u machtig kan worden, ontvangt u het binnen weinige dagen.

Geloof mij, met hartelijke groeten, steeds gaarne de uwe

EduPerron

*n.l. Greshoff schijnt een stuk over deze affaire geschreven te hebben, dat ik niet las, maar dat Kr. liever niet zou opnemen of zooiets -
1443's-Gravesande had DP waarschijnlijk gevraagd een eigen vers en een van Slauerhoff af te staan voor Het vaderland. Het plan is niet doorgegaan.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie