E. du Perron
aan
H. Mayer

Brussel, 17 januari 1931

Brussel, Zaterdag.

 

Beste Henri,

Wat doe je nu? Probeeren tòch een Galanteries te krijgen? - Op de rest wacht ik met verlangen, n.l. die kranten. Bij voorbaat daarvoor veel dank.

Wynand zal je misschien verteld hebben, of anders nog vertellen, of anders ziè je het, dat: 1o. mijn briefje over Jan's ‘rotte appel’ in DGW. komt; 2o. mijn stuk tegen Pom in het Febr. nr. verschijnt. Dat is altijd dat. Met Binnendijk heb ik ook nog niet afgerekend, d.w.z. wel met hèm, o! largement! maar niet met de ‘poésie pure’, zooals Ter Braak zegt. Tusschen haakjes, ik raad je sterk het Jan. nr. van de Vr. Bl. aan voor het art. over Prisma van Ter Braak. Zend mij ook een ex. daarvan.

Die oude tantes1468 gààn niet dood. Nooit. En erven van ze doen alleen Krisjnamoertianen.

Femmes en Hombres zijn vèèl te duur! Dan hoû ik maar mijn eigen exemplaartje, compleet in 1 deel.

Ga jij naar Stem-vergaderingen???1469 Ter Braak moet er overigens ook geweest zijn. Maakte je kennis met hem? Let op: dat wordt een van de ‘keien’.

Jan schrijft dat hij het in Parijs erg prettig heeft. Overigens geen nieuws en dus de hand.

Je E

1468De theosofisch gezinde dames Henny en De Sturler.
1469Mogelijk heeft Ter Braak op 10 januari de vergadering van De stem, waarop het 10-jarig bestaan van het tijdschrift werd herdacht, bezocht - getuige zijn mededeling van 13 januari 1931 aan DP: ‘Van Coster heb ik nog 90% minder illusies over dan vroeger, sinds Zaterdag. Het is erg!’ (Bw TB-DP 1 p. 28).
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie