E. du Perron
aan
J.A.A. Engelman

Brussel, 26 januari 1931

Brussel, Maandagavond.

 

Zeer geachte heer Engelman,1487

Uw brief ontving ik daarnet. Tegenover uw groote vriendelijkheid om u niet te mengen in zaken tusschen mij en de red. V.B. kan ik moeilijk iets anders plaatsen dan de vriendelijkheid van zwijgend voorbij te gaan dat mijn stuk tot dusver bestemd was voor die redactie alleen, n'en déplaise de toevallige bezoeken welke u bij den heer Marsman aflegt.

Dit dus daargelaten, zou ik gaarne weten wat precies uw bedoeling was toen u mij uw rectificatie stuurde.

Wenscht u:

1.dat ik mijn artikel op deze punten wijzig?
2.dat ik het onveranderd laat, maar er een noot aan toevoeg met de gegevens die u mij verstrekt?
3.dat ik het plaats zooals het is - ofschoon door u gewaarschuwd - opdat u mij in het openbaar aan den kaak kunt stellen? Geloof mij als ik u zeg dat mijn ‘reputatie’ mij wschl. nog ietwat minder schelen kan dan u de uwe, - en dat u het dus precies voor het zeggen hebt, mits u zich bepaalt tot een keuze uit bovenst. 3 mogelijkheden.

De ‘ontmoeting’ (moeten wij dus zeggen) tusschen Arne Borg en Singer's naaimachine,1488 leek mij - zelfs afgescheiden van de toepas-sing als refrein - nogal duidelijk: de eene deed alles beter, de ander bleef altijd de beste. Dit in antwoord op uw vraag.

Uw waardeering voor P.v.O., èn zijn tegenwaardeering voor u, waren mij bekend. Ikzelf vind - dit tusschen haakjes, want ongevraagd - uw En Rade en Ambrosia...1489 zeer mooi. U mag voor mijn part dan ook vocalises blijven schrijven tot zelfs de insectenwereld volmaakt is uitgeput, wanneer dat uw ambitie mocht zijn...

Tenslotte een rectificatie van mijn kant: dat de heer Binnendijk eenige gelijkenis vertoont met het hoofd van Jut, kunt u moeilijk mij verwijten.

In afwachting van uw nadere inlichtingen, met beleefden groet uw dienstwillige

E du Perron

104, Bd. Brand Whitlock

Brussel (België)

1487DP's eerste brief aan Jan Engelman (1900-1972) is een reactie op wat deze hem schreef n.a.v. ‘Over het “kreatieve” in onze nieuwe poëzie’, waarvan hij kennis had genomen ten huize van zijn vriend Marsman. Hij zou het artikel, met de erop volgende correspondentie tussen DP en Marsman, opnemen in de door hem geredigeerde kunstrubriek van De nieuwe eeuw, nadat het door de redactie van DVB (Marsman, Binnendijk, Van Wessem) geweigerd was. Engelman reageerde vooral op de passage in het artikel waarin zijn eigen poëzie werd vergeleken met die van Van Ostaijen.
1488Resp. Engelmans gedicht ‘Arne Borg, ritornel en sirene’ en Van Ostaijens ‘Huidegedicht aan Singer’.
1489‘En rade, Vocalise voor Cavalcanti’ en ‘Vera Janacopoulos’.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie