E. du Perron
aan
C. van Wessem

Brussel, 18 februari 1931

Brussel, Woensdag.

 

Beste Constantijn,

1575 Ik maak er geen aanspraak op een erg subtiel overzetter te zijn; zeg dus precies wat je tegen mijn volzinnen hebt.* De zaak zit natuurlijk zoo dat ik in mijn geheimste hart meer voel voor de ‘kenkenmeidentoon’ en de ‘middeleeuwsche’ alleen zoo lang kan volhouden als mijn hart zwijgt Maar dat je het Stendhaliaansche van de historie niet inziet, valt me tegen. Stendhal zou zeer geëxciteerd zijn door die edele vrouw, en gevonden hebben dat de toegewijde ridder zeer menschelijk was1576 toen hij op zijn beurt van haar eischte dat zij iets raars voor hem zou doen! Maar soit. Hier zijn de door jou geïncrimineerde phrasen in het Fransch:

‘il ne redoutait ni bois ni acier quand une fois il avait la tête armée’. - Als z'n test beschut was?1577 - Vind jij maar iets anders voor mij! - En:

‘aucun ne doutait qu'il ne fût devenu tout à fait imbécile.’ - Dat-ie finaal krankjorem was!1578

Verander gerust zelf op de copy; als ik het èrg verkeerd of leelijk vind, kan ik het op de proeven nog altijd wel herstellen. Ik denk dat die kerels in dien tijd zullen hebben gesproken van ‘zot worden’, als je het mij vraagt.....

Goed; ik hoop dat mijn antwoord op die christelijke smeerlapperij geplaatst wordt, het zou mij erg tegenvallen als dat niet gebeurde. Wat de Ridders betreft, als je het liever niet doet, plaats ze dan niet. Waar komt je romance sentimentale1579 uit, bij de Spiegel of bij Nypels? Wat ga je nog meer uitgeven behalve die romance? - De roman van Slau1580 zag ik in geen maanden; toen hij de laatste maal uitvoer, was er nog maar 2/3 van af, en moest veel nog worden geordend en zelfs omgewerkt. Maar er staan prachtige stukken in - al zal de compositie wel nooit zijn fort zijn. (Hoeft goddank ook niet.)

Grijp André nog eens aan en duw hem op het papier. Je Waterloo zou een pracht van een eerste verhaal zijn voor een grooter ensemble. Het is een beetje mager zoo alleen, maar zou direct relief krijgen, wanneer bleek dat je over de hoofdpersoon nog lang niet was uitgepraat daarmee. Bedenk zes, zeven nieuwe avonturen voor André - desnoods zonder ze vooruit al met elkaar te willen laten accordeeren - misschien schrijf je er dan vier of vijf van, die met Waterloo een hoogst curieus boekje zouden vormen.

Ja, de polemiek met Marsman werd aanleiding tot een verdere correspondentie. En goeie God, als ik denk aan de 1001 christelijke slapzwanzen en prollen en andere klooten in onze gezegende literatuur - dan vraag ik mij werkelijk af waarom ik Marsman eigenlijk zou bestrijden. Ik heb er al de pest over in als ik zie hoe de kantoorbediendes Colmjon en Verbraeck tegenwoordig over hem durven schrijven1581. En ook Donker is toch nog 20× te goed voor dergelijke pallurken, al zijn ze dan tezamen 2× doctorandus.

Tot nader. Groeten van je

E

Hierlangs afknippen

P.S. Après tout: wat kan de naam van het individu mij schelen? Hierbij de voetnoot. Klein gezet 7 regels misschien van de V.B., maar korter kan het niet. Ik hoop dat je mij die eene regel méér toestaat. Als het eerst in het Maart-nr. kan, zet er dan nog bij dat het bij ongeluk bleef liggen of zooiets.

Je E.

Stuur je mij een ex. Vr. Bl.? Graag; zoowel voor je verdediging1582 als voor het contra-stuk van Binnendijk.1583

1575Het eerste gedeelte van deze brief heeft betrekking op het door DP vertaalde ridderverhaal van Jacques de Baisieux.
*Ik bedoel: zoek er nog maar wat op die volgens jou niet voldoende nobel zijn - graag!
1576D.w.z. d'une grande âme en slim tegelijk.
1577In de gepubliceerde vertaling in DVB 8 (1931) 3 (maart), p. 84, luidt deze tekst: ‘hij vreesde hout noch staal, zoodra hij zijn hoofd in zijn helm voelde’.
1578Dit werd: ‘niemand twijfelde er aan of hij zat daar geheel verdwaasd.’
1579Lessen in charleston.
1580Het verboden rijk.
1581In De litteraire gids 5 (1931) 4 (januari), maandblad o.l.v. Gerben Colmjon en Lex Verbraeck, verscheen op p. 7-8 in de rubriek ‘Rhetorica’ een kort anoniem stukje n.a.v. Witte vrouwen van Marsman, dat eindigt met de zin: ‘In 1930 rekent men in Nederland den maker hiervan tot de vooraanstaande jonge dichters!’ In dezelfde rubriek op p. 7 treft men enkele alinea's aan over Donkers bundel De draad van Adriadne.

1582‘Verhaal en vertelling’; in DVB, februari 1931.
1583‘Dogma of aesthetica?’.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie