E. du Perron
aan
V.E. van Vriesland

Gistoux, 9 augustus 1931

Gistoux, Zondag,

 

Beste Vic,

Veel dank voor de 2 citaten; het eerste heb ik al toegepast, het 2e kan mij ook nog van nut zijn. Maar ik wou nu nog iets van je weten: hoe luidt precies je aforisme in den trant van: ‘Er zijn twee soorten menschen: het eene soort bestaat niet’?1942 Ik wou dat citeeren tegen de langdradige manier waarop C. een dgl. waarheid formuleert. Graag spoedig op een kaart.

Afgesproken: zoodra ik weer in Holland kom, zoek ik je op. Ik ben de vorige keeren niet in Amsterdam geweest - anders had je me zeker gezien. Maar overigens is het te dwaas dat je die brievenhistorie als een soort onbetaalde schuld beschouwt! dacht je dat ik zelf nog wist wat ik je allemaal heb gevraagd in die correspondentie?1943

Ik wou dat het je beter ging. Kom in September wat hier, maar dan bij mij. Als je alleen-en-opgesloten wilt blijven, kan dat ook best gebeuren.

Ik schreef 102 blzn. tegen Coster en ga voort. Ditmaal is het ‘op dood en leven’. - Marsman-en-vrouw zijn hier nog niet, die komen pas over een goede week.

Antwoord spoedig: één zinnetje is genoeg.

Met veel hartelijks, steeds je

E

 

Zend me dat stuk over Netty N.,1944 want ánders zie ik het Cr. Bulletin nooit. Ook ik ben zeer benieuwd!

1942‘Er zijn twee soorten van menschen, de eene soort bestaat niet’. Door DP geciteerd op p. 13 van Uren met Dirk Coster (Vw 2, p. 313) en oorspr. gepubliceerd in DVB 6 (1929) 12 (december), p. 395.
1943Deze brief (of brieven) is niet teruggevonden.
1944In CB 2 (1931) 9 (september), p. 241-247 besprak Van Vriesland Twee meisjes en ik van A.H. Nijhoff onder de titel ‘Een opmerkelijk maar slordig debuut’.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie