E. du Perron
aan
H. Marsman

Den Haag 12 november 1931

Den Haag, Donderdag.

 

Beste Hennie,

Dank voor je briefje. Het is ook maar beter dat je niet deze weekend komt; ik ga morgen n.l. naar Gistoux, voor een ‘nieuwe ronde.’ Het beste is - dat zie ik nu dagelijks beter in - dat ik ‘officieel’ een scheiding met Simone bereik; ik ga haar dat nu voorstellen. Ze voelt toch drommelsch goed dat het samenleven nu uit is; waarom dan ook maar niet heelemaal? Wat ik ‘officieel’ aan haar goed te maken had - en zelfs reëel, voor zoover de wereld deze realiteiten beheerscht - is immers goedgemaakt. Wat dan verder? (Maar zal zij het begrijpen???)

Zou jij, in geval van scheiding, mijn advocaat willen zijn? Zijn er altijd 2 advocaten noodig, ook bij wederzijdsch goedvinden? Wil je de zaak eens nakijken? Wie krijgt het kind? Is er niet anders te scheiden dan met wederzijdsch goedvinden? (aan betrapping bij overspel en dergelijke grapjes hoeft niet te worden gedacht). Als ik in Holland woon, moet ik dan een Holl. advocaat nemen? (dat zou jij dan moeten zijn). Of is de scheiding in België te voltrekken, met één advocaat voor beide partijen?

Licht je hierover in. De zaak zelf kunnen we beter bepraten, als ik uit G. terugkom: a.s. Maandag of zoo. Hart. groeten, ook aan Rien, je

Ed.

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie