E. du Perron
aan
J. Greshoff

Lugano, 5 juni 1932

Lugano, Zondag.

 

Beste Jan,

Dank voor de 2 brieven en voor de opdracht.2156 Ik vind het vers heel aardig en heb Bouws geschreven dat ik er vóór was. Maar wat zet je er dan boven, als titel? Alleen maar: Opdracht?

Je stuk over Van O. en Vriamont2157 las ik met genoegen, al ga je wel wat èrg te keer tegen F. Timmermans, zoodat de analyse van de behandelde boeken als zachtgekookte stukjes vleesch drijven in een overvloedige saus van anti-Pallietersche verbolgenheid. Dit wordt meer en meer een tic van jou, als je niet oppast; het euvel van een toekomstige bundel van je zal zijn, dat ieder boek, min of meer aanleiding is tot een preek, vóór de ‘happy few’ en tégen de anderen, soit, maar toch een preek! Ik wou dat je meer ging schrijven in den trant van je stuk over Media Vita,2158 en de literatuurpolitiek wat vergat. Wij hebben het noodige nu heusch wel gezegd, en te veel van het goede schaadt.

Overigens ben je voor V.O. héél zacht geweest, want bedonderd geschreven wàs het boekje,2159 of we dat willen of niet.* En Vriamont, met al zijn Vlaamsche kleurigheidjes, schrijft zeker beter.

Ik beklaag je verder oprecht dat je zóóveel poëzie hebt moeten ‘verslaan’. Er zal wel slagerswerk bij noodig zijn geweest, niet? - Gisteren hadden we Jany hier; heel aardig en geschikt, maar toch (wat ik nu altijd bij hem heb), un peu terne. Er komt meer en meer een doodsche laag over Jany, waardoor hij, ondanks al zijn aardigheid en wat men voor hem voelt, geen werkelijk, ik bedoel: volkomen, contact meer geeft. Vreemd is dat, want heusch, hij was overigens èrg aardig. Het is ook best mogelijk, natuurlijk, dat het aan mij ligt.

Ik heb nu een film laten ontwikkelen en afdrukken aan den overkant van de straat; misschien is er wel iets gelukt, dat hierbij kan.

Maar de heele vorige serie was idioot; Bep is niet erg ‘fotogeniek’, d.w.z. ze kan slecht tegen de zon en maakt dan grimassen, die verre van flatteus zijn. En ik wil - per Baccho! stel je in mijn plaats! - dat je een lief beeld krijgt van mevrouw Elisabeth du Perron, in afwachting van het uur waarop dat door de werkelijkheid nog tot nul wordt gereduceerd. (Als Bep dit leest, doet ze het op de verkeerde manier! - en dit zinnetje nògmaals.)

Kan je mij zenden: Les Conversations de Méré? (dat roode boekje; het zou mij kunnen ‘inspireeren’ tot iets dat ik schrijven wil.) En ook The Gioconda Smile, in dat Albatross-uitgaafje. Als je alles netjes inpakt, komt het hier aan zonder te beschadigen. Je krijgt alles netjes ook weer terug. (We moeten zuinig zijn en kunnen niet koopen wat niet absoluut nodig is.) - Ik ben ook zeer benieuwd naar de brieven van P.v.O., waarvan er verscheidene tot mij gericht moeten zijn. Ik zag niets van dit boek; zelfs geen proeven!

Vraag Stobbaerts mij het epistel te zenden met onvertogen krabbels. Hij zal Apollinaire zéér goed illustreeren! Wil je hem ook vragen mij te waarschuwen als zijn Pybrac2160 uitkomt? Op Bonnel2161 en Pia reken ik maar niet meer.

Bep laat je zeggen dat ze het héérlijk vindt dat haar lievelingsauteur (= Hellens) weer aan het schrijven is getogen. Jou bedankt ze hartelijk voor haar mede-opname in de opdracht (dit zonder ironie) en ze verzoekt de hartelijke groeten; ze is op het oogenblik te lui, of te verslagen door een Amerikaansche ‘revue’, om een vinger uit te steken. We hebben trouwens vanaf gisteravond verschil van meening over het in de XXe eeuw te houden gedrag van bedrogen echtgenooten, die ‘intelligent’ zijn, of daarvoor doorgaan.

Ik kreeg een briefje van Sander en ga hem schrijven. Tot nader. Veel liefs, ook voor Atie, van ons beiden en schrijf gauw weer.

Je E.

 

Over die Opdracht nog:

In de slotstrofe zou ik zetten, inpl. van ‘zéér oprecht’ -: ‘wél oprecht’. Het eerste is Anth. Donker, het tweede Greshoff. En het klinkt ook veel aardiger; minder nadrukkelijk, ook van accent.2162

 

P.S. - Alle photo's zijn alweer mislukt; niets dan grimassen; de zon is hier blijkbaar te fel, want ik heb zelden zoo weinig succes gehad bij ijverig werk.

2156‘Opdracht’. In Forum 1 (1932) 7 (juli), p. 450. Dit gedicht opende Mirliton onder de titel ‘Opdracht aan Elisabeth en Charles Edgar du Perron’.
2157‘Pallieter en antipallieter’. In Forum 1 (1932) 6 (juni), p. 392-395.
2158In GN 30 (1932) 4 (april), p. 436-439.
2159De bende van de stronk.
*Ik bedoel: ook in ‘onzen zin’ - n.l. pretentieus, gezocht en ongekund tegelijk.
2160Les quatrains du seigneur de Pybrac (1576).
2161Vriend van Pascal Pia, boekhandelaar.
2162Greshoff volgde DP's advies op.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie