E. du Perron
aan
A.C. Willink

Bellevue, 22 november 1932

Bellevue, Dinsdag

 

22 Nov.

Beste Carel,

Dank voor je brief. Je zegt nu wel dat ik Menno overbodig maak, maar je vergeet dan dat ik die voorrede2425 toch na zijn essay schreef, en hij niet zijn essay na mijn voorrede! Enfin, je hebt misschien gelijk dat ik nòg bescheidener had kunnen zijn. - Ik doe op het oogenblik niets dan denken aan middelen om geld te verdienen; artikelen schrijven is het beroerdste, maar het meest voor de hand liggende, helaas. Als jullie nog eens hier komen, kan er maar één bij ons logeeren; is dat wel prettig voor jullie? Maar er is een geschikt hotelletje in de buurt. Jan Gr. heeft me bezworen dat het stuk over jou in Januari klaar zou zijn. Van Rein2426 hoor ik niets meer; na de nietopname van zijn drama, schreef hij, althans zond hij ons, twee absolute prullen - en dat heb ik hem gezegd. Hij zal nu wel vinden dat ik compleet op den verkeerden weg ben. Tant pis. Het dégoût is overal, gelukkig dat Wilma nog eens kruisraadsels in gramofoonplaten weet om te zetten. Wij zenden jullie beiden onze hartelijkste groeten - een hand voor jou van steeds je

E.

2425Bij Ter Braaks Démasqué der schoonheid. (Vw 6, p. 7-10).
2426R. Blijstra. Brieven van DP aan hem zijn niet bewaard.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie