E. du Perron
aan
A.A.M. Stols

Bellevue, 24 februari 1933

Bellevue, 24 Febr.

 

Beste Sander,

Dank voor je inlichtingen. Gisteren zond ik je wat ik nog in de proeven van Byron veranderd wilde hebben*; vnl. typografische details (puntjes achter de jaartallen weg, òf overal wel, enz.) Ditmaal wou ik wel graag mijn naam in de colophon; het kan mij van pas komen voor een ‘opdracht’ in die lijn bv.

Ik wou graag van je terug hebben: de poésies van Nerval en mijn bloemlezing uit Rodenbach; of is het 1e bij John? John heeft wel de Coleridge, waarvan hij nog altijd zeer betreurt, dat hij die niet mag illustreeren; ik heb hem de copy maar gelaten.

Ik hoop Van Kampen over eenigen tijd mijn bundel2563 te kunnen geven, ik bedoel: te laten aannemen. Het hangt misschien een beetje af van het succes dat Uren met Dirk heeft. Ik ben nu weer begonnen aan dien ‘roman’,2564 maar als ik voortdurend gepest wordt door notarissen-misère, kom ik er niet toe daaraan te blijven werken.

Zijn de oranje-boekjes (Poging tot A., Gebrek en N. Verzet) nu alle opgeruimd? Ik hoop het; maar schrijf het mij nog even.

Hartelijke groeten van je

E.

*De correcties van John komen apart.
2563De smalle mens.
2564Het land van herkomst.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie