E. du Perron
aan
J. Greshoff

Bellevue, 8 september 1933

8 Sept.

Beste Jan,

Als de juffrouw er nu eenmaal mee bezig is, laat ze dan maar doorgaan. Maar wel: zoo gauw mogelijk!

Maurice kan van Zijlstra gedaan krijgen dat hij J.v.N. uitgeeft, mits met toestemming van de andere uitgevers. Die toestemming moet nu komen! Het schijnt dat J.v.N. huiverig is om het te vragen aan Sander. Maurice en ik zullen het S. nu vragen; wil jij Stenfert Kroese vragen, als die nog rechten heeft op die enkele exx. van Aangezicht der Aarde? Spreek er met J.v.N. over.

Pranzini nog niet gelezen.

Wil je Angèle Manteau vragen om mij vooral een Holl. ex. van Een Voorbereiding te zenden, als dat er nog is. S. schreef het haar, maar laat zij erg goed zoeken. Ik heb het mijne verpest en ben er erg ongelukkig om.

Je schreef niets over mijn plankenstuk.2867 Vic wel: een nogal bête kunst-redacteuren-smoesje. ZEd. wordt inderdaad door de ‘positie’ aangetast. En die mop over ‘Mayerhold’ met een a; de heele Duitsche en Fransche kritiek schrijft het met een a! wat dondert het of de Hollandsche transcriptie het gemeyer met een e verkiest? Ik heb hem hierover geschreven.

Hart. gr. van je

E.

2867‘De grote dingen van de planken’. In Forum 2 (1933) 9 (september), p. 641-658 (Vw 2, p. 537-555). Van Vriesland schreef n.a.v. dit essay in de NRC van 5 september 1933 (av.) ‘dit stuk als een compendium van misvattingen en wan begrippen’ te beschouwen, sprak over ‘de intelligente en agressieve schrijfwijze en tartende en veel te eenzijdige zelfverzekerde, doch steeds tot nadenken en hertoetsing stimuleerende betoogtrant van dezen anti-democratischen demagoog’. Tot slot somde hij een aantal ‘enormiteiten’ op, waaronder de spellingswijze ‘Mayerhold’ voor de naam van de Russische regisseur Meyerhold. DP schreef Van Vriesland op 13 september hierover. De eerder geschreven brief waar hij op doelt, is wschl. verloren gegaan.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie