E. du Perron
aan
J. Greshoff

Bellevue, 14 september 1933

Bellevue, 14 Sept.

 

Beste Jan,

Ik stond op het puntje te schrijven of je de Kalender niet misschien met D'Artagnan had meegestuurd, toen je expres-zending kwam. Hoera! hoera! tout le monde heureux en mijn boek2879 blijft compleet!

Ik kreeg van Menno vanmorgen een brief2880 waaruit nog heelemaal niet blijkt dat hij weet dat Scholte benoemd is. Ik ben zeer ‘verbitterd’ tegen Vic - niet omdat er zich iets nieuws heeft voorgedaan, maar omdat ik het gevoel heb dat ik een vriend verloren heb voor een kunstredacteur. Ik heb hem dit nu geschreven, na een lullig antwoord van hem aan mij over ‘Mayerhold met een a’. Mayerhold mag met een a, maar ZEd. schrijft er 4 regels boven: Kathleen (inpl. van Katherine) Mansfield en wijt dit nu aan zijn typiste! Bovendien vind ik tusschen hem en mij aanmerkingen van dit soort beneden alles. Daar komt het maar op aan. Het dunne van dit soort argumenten, en het aan de verkeerde zijde staan.

Slauerhoff betoonde zich zéér tevreden over mijn plankenstuk, maar schreef zelf een prul beneden alles - beneden hemzelf! - over Malraux.2881 Ik kreeg het toegestuurd door Menno met vele driftige uitroepteekens en onderstreepingen. Niet alleen vindt onze Slau Malraux ongeveer een verachtelijke ‘intellectueel’ en zeer geborneerd, maar hij heeft ook nog ontdekt dat Gisors een Japanner is en bazelt daar dan - op z'n Borelsch - een heele tijd over door, met vergelijkingen over ‘wu wei’ en Europeesche stekeligheid om er wee en wei over te worden!

Je moet maar eens flink uitrusten. Dit in antwoord op je nieuwe post (2 briefkaarten) die nu net binnengebracht wordt. Arme Jan! maar ik bewonder je; als ik jouw werk moest doen was ik al een eeuw gaga!

Bep en ik gaan straks voor 2 dagen (tot Zaterdagmiddag) naar Chantilly, met geld speciaal hiervoor door schoonpapa gezonden. Anders wordt het weer slecht, als we nog langer deze schoone reis uitstellen.

Ik neem je sonnetten mee. Zoodra ik terug ben - dus practisch Maandag - stuur ik ze je terug met een nieuwe portie Ducroo.

Daarnet ook een brief van Henny om mij te kapittelen over Vic. Hij heeft het met jou over mijn intolerantie gehad en jullie waren het zeer eens erover. Ik schrijf hem hier uitgebreid over als ik terugben; als hij jou den brief doorstuurt hoef ik het niet 2 × te doen.

 

* * *

 

Voor de trein gaat even je sonnetten gelezen. Het is een van je allerbeste gedichten, en hier en daar met een kracht die de beste van de satyrieke dichters je niet zou verbeteren. Pia zou er van zwelgen, als hij het verstaan kon! Sonnet I - VII zijn prachtig. (Dit was de poëzie voor Forum, maar je hebt je plichten, helaas!) Sonnet VIII zou ik, als ik jou was, onvervaard eruit doen: hier laat je weer de heer Jan Gres-hoff los, zooals hij niet is, maar zooals wij hem nu uit tientallen gedichten meer dan goed kennen. En de rest van het gedicht overtreft in kracht, in edele verontwaardiging totaal dit beeld-van-Greshoff-voor-Hollandsche-idioten. Verder vind ik het gedicht weer zeer mooi, en als geheel blijft het gaaf, maar de teedere stukken naar het eind vallen af na den gloed van het begin. Het is geen fout, het is een gevolg van de schikking. Om een climax te bereiken zou je in Sestri moeten beginnen, om te komen tot je verontwaardiging over de smeerlapperij in de wereld. Maar in ieder geval: er is géén, onder al de ‘rrrevolutionaire’ dichters van Holland, die je dit ook maar voor een kwart nadoet.

Later meer. Hartelijke groeten van je

E.

 

P.S. Ik kreeg de Notaris Donderdag per ijlbode om 10 uur, half 11.

2879De smalle mens.
2880Van 12 september 1933 (Bw TB-DP 2, p. 148-149) over de opvolging van Borel bij Het vaderland, waarnaar Ter Braak ook had gesolliciteerd.
2881In de zondagsbladen van de Nieuwe Arnhemsche courant van 2 en 9 september besprak Slauerhoff La condition humaine. Hij vond het boek ‘een heldhaftige poging tot verstandhouding met anderen, gedaan door een groot, te groot intellect’. Van Gisors, die onder zijn tafeltje met benodigdheden voor het opiumroken, cactussen had staan, merkte hij op: ‘Is dit niet een al te duidelijke allegorische voorstelling, dat hij, hoewel soms weg wazend in Oostersch wu wei, toch de stekeligheden van het moderne leven niet negeeren wil?’
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie