E. du Perron
aan
J. Greshoff

Parijs, 19 mei 1934

Parijs, 19 Mei.

 

Beste Jan,

Misschien heb je gelijk, wat die inspiratie betreft; en bovendien, de Podewilzen kunnen nu ook niet. Dus uitstellen tot begin Juni. Ik krijg jullie dan achter elkaar wat te genieten, wat ook veel prettigs heeft.* - Vraag eens of je een ingenaaid ex. van Een Ontgoocheling voor me kunt krijgen; ik stuur je dit gecartonneerde dan terug. - Ik bewonder de energie waarmee je nu opnieuw een boekje over Van Schendel gaat schrijven,3219 maar inderdaad, de redenen die je opgeeft zijn klemmend. - God zij dank, ja, is mijn vertaling geheel af; geheel bij Endt al! Nu nog dat stuk over Poe voor Vic, en dan ga ik weer met fut aan Ducroo. Ik weet nu precies hoe het worden zal; op de slotblzn. na. - Ik wacht nu dus op bericht van je uit Holland, of na je terugkeer, over dat 3e stuk Ducroo in Gr.Ned.: hoè idioot F.C. ook geworden mag zijn, misschien is er toch kans om hem op gezag te laten aannemen dat Ducroo nog wel wat ‘belangrijker’ is (mooi woord van de Holl. kritiek) dan Anneke van Eva en Johanna van Jef.3220 Wàt een flauwekul, zoowel het eene als het andere! Enfin - basta. Hartelijk je

E.

*Jany komt Maandag 28. Zie je hem nog in Brussel?
3219Arthur van Schendel. Amsterdam z.j.
3220De roman Ons Anneke van Eva Raedt-de Canter verscheen vanaf april 1934 in GN; van Jef Last De Johanna vanaf mei 1934.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie