E. du Perron
aan
H. Marsman

Tjitjoeroeg, 2 en 23 januari 1937

Tjitjoeroeg, 2 Januari 1937

 

Beste Henny,

Ik begin vandaag met een luchtpostbrief aan je. In principe is het plan van elke 3 weken een dgl. brief mij best. Geef jij aan wannéér, ik verzend mijn antwoord dan zoo gauw ik je gelezen heb. Ditmaal valt er nog niet veel te antwoorden; hoe het hier gaat en zoo schreef ik je al, en bovendien lees je dat wel bij Jan. Alleen als er ècht iets verandert...

Je schrijft over je verzen-rage, maar daar ik nog niets zag, wacht ik op de verzen zelf of wat anders. Slauerhoff over zijn vader is best, hoewel iets tè lang en tè populairderig. Jany's vers ook goed.4430 Maar toch, als ik lees van die ‘enkelen’ (barden?) dat zij ‘van voormalige droomkoppen af, langs ruischende afgronden nadenkend nederdalen’, vind ik die regels decoratief mooi (muzikaal ook, vooral die ruischende afgronden), maar ik zie de gesloten oogen, ik bedoel de neergehaalde oogleden van die heeren, die hun ‘nadenken’ moeten vertolken, en van dat nadenken zelf geloof ik geen bal. Het is zeker een decoratief nadenken geweest, dat van den ‘medicijnman’, - niets van Diderot! (dit laatste zeg ik maar ter illustratie, en om in onze oude gesprekken terug te vallen; je begrijpt, je voelt, je ziet, hoop ik, wat ik bedoel). Of zie jij die dalende heeren anders? - Wat ik bedoel zegt ook niets tegen de kunst van Jany.

Dat Querido voelt voor ‘het 3 deelen’-plan is prachtig! En naar de ‘definitieve’ bundel van Hendrik de Vries zie ik natuurlijk ook verlangend uit. Het kiekje van je dat je zond is uitstekend en ik ben er blij mee; het staat - en jij ligt - op het oogenblik tegen mijn inktpot, op tafel.

23 Januari.

Gisteren je nieuwe brief, met nieuwe foto's ook. Dank! de eene (de niet looze) is inderdaad heel goed. Ik stuurde Jan 3 foto's van mij, door Actueel Wereldnieuws, een nazi-achtig ‘magazine’ van hier gemaakt;4431 waarvan 1 voor jou. De gedichten las ik, en Bep ook; wij zijn het er allebei over eens dat de productie in zijn geheel genomen uitstekend is. Details vind je op het teruggezonden opus zelf,4432 dat per gewone post, als document, naar Schorer gaat. - Ik schreef zooveel aan Jan en Menno over ons leven hier (je las dat natuurlijk ook) dat ik niet goed weet wat je nu nog te zeggen. Ik zal, als ik naar Batavia ga, eens gaan praten met den man der kunstkringen,4433 een zekeren Mr. van Hasselt, maar hoop maar niets: fl. 1400 ‘dat is een heele som’, zooals de Kuyle's zeggen. Misschien doen ze het voor Van Schendel, maar zelfs dat geloof ik niet. - Als je nog eens komt tot een luchtpostbrief zal ik er dadelijk op antwoorden; op het oogenblik gaat het mij even slecht af als jou (het is aan je brief echt te merken) en deze moet nu toch weg. De N.S.B. hier zit me flink dwars; alle planters zoowat zijn er lid van en van anderen merk je hier niet genoeg, daarvoor moet je op Batavia zijn.

Deze brief gaat nog naar Jan. Goddank dat die historie met Rien over is, daarover nu maar niet meer. Met Bep gaat het maar matig; wij slingeren allebei erg tusschen het voor en tegen, werkelijk prettig voelen we ons heelemaal niet. Zend mij ook de afgekeurde en half-goede verzen, ik ben benieuwd naar alles. Je stuk over Slau was goed, maar niet bizonder;4434 een stuk ervan kan je achter het vorige doen, of desnoods heelemaal, maar dan zal je moeten letten op de herhalingen. Vraag Graffiti aan ‘Stan’, en zeg hem dan ook dat hij mij althans 1 ex. zendt! De nieuwe Coolen en ook het Dorp heb ik hier gelezen, en besproken voor Gr. Ned. (heel-‘welwillend’, ik vind dit soort boeken ook nogal aardig, al heb je er tenslotte nix-niemendal aan). Bep laat zeggen dat Menno schromelijk overdrijft met te zeggen dat ze het boek van Merz zoo goed vindt; ze vond het voor een debuut sympathiek, meer niet. (Dit hoeft niet direct Merz als een douche te worden toegediend natuurlijk.)4435

Ik bestudeer op het oogenblik allerlei javaansche dingen door elkaar - hindoe-jav. literatuur, voor zoover vertaald, waarbij uitstekende dingen; archeologie van hier (mijn oude hobby), oud.-jav. en O.I.C.-geschiedenis, folklore etc. Maar wat heb je eraan of ik je dat allemaal opgeef? Ik kijk ook nog uit naar een ‘baan’, was daarvoor een paar dagen geleden weer op Batavia - allerlei dingen worden geprobeerd, maar niets wil nog lukken; verder ga ik overmorgen voor Het Vaderland naar Bantam, naar Lebak (nogal moeilijk te bereiken, maar eig. niet ver) voor een stuk over Multatuli.4436 Mijn bewondering voor deze man wordt tot een soort wanhoop, in Holland, maar ook hier. Als je de fluimen zag die meenen hem te mogen bespugen! (je zult zeggen: daar zijn ze fluimen voor). Houd je taai; later beter. Veel hartelijks ook van Bep en aan Rien.

Je E.

4430J. Slauerhoff, ‘In memoriam patris’; A. Roland Holst, ‘Overzicht’. In De gids 100 (1936) 11 (november), p. 125-130.
4431Niet achterhaald.
4432Niet teruggevonden.
4433Marsman dacht erover een lezingentournee door Nederlands-Indië te maken.
4434In de rubriek ‘Getuigenissen’. In GN 34 (1936) 11 (november), p. 422-423; oorspronkelijk een radiolezing voor het Nationaal Instituut voor Radio-omroep te Brussel van 6 oktober 1936.
4435K. Merz, Ein Mensch fällt aus Deutschland. Amsterdam 1936. Merz (ps. van Kurt Lehmann, 1908-1999) was uit Duitsland naar Nederland geëmigreerd.
4436‘De “zenuwlijder” van Lebak’. In Het vaderland van 18 februari 1937 (av.)
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie