E. du Perron
aan
G.M.G. Douwes Dekker

Tjitjoeroeg, 3 en 4 april 1937

Tjitjoeroeg, 3 April 1937.

 

Geachte Heer Douwes Dekker,

Ik heb een belangrijk bericht voor u, ‘ons multatulianen’ ook. Het Multatuli-museum te Amsterdam (conservator De Hart, Harmoniehof 44, Amsterdam Z.) bezit inderdaad de minuut van dien eersten brief aan Duym. v. Twist, in Multatuli's handschrift.4563 Door Mimi nagelaten. De tekst is eerst met inkt geschreven, later met potlood en in het potloodschrift hier en daar weer met inkt verbeterd. Geschreven op de gewone manier: het blad dubbelgevouwen, de tekst op de rechterhelft, de aanvullingen links. Er zijn heel wat aanvullingen. Ter Braak heeft er - op dezelfde wijze - copie van genomen, vmdl. kan ik u die spoedig toezenden. Ik heb het stuk op 't oogenblik nog noodig.

Maar... er ontbreekt een stuk; ± ⅓ van de heele tekst (de uwe). Aangenomen dat de heele brief ± 11 blzn. beslaat (dat doet hij bij mij), dan is de verdeeling zoo:

7 blzn. tekst v. Multatuli - (breekt af).

3 blzn. afschrift van u.

1 blzij Multatuli.

Dus het slot is er, en het begin tot ver over de helft. Uw lezing wijkt maar op heel weinig punten af; waar u den tekst gerestaureerd hebt, hebt u dit bijna overal goed gedaan. Hier en daar zult u toch nog wel een fout vinden, ‘meent’ voor ‘weet’ en zoo; het fameuze ‘verbeachteloosheid’, waar u ‘achteloosheid’ van maakte, is bij Mult. ‘veerkrachteloosheid’ (je moet op zóó'n woord dan ook maar komen!). Hoe het zij, het dokument is zeker van het grootste belang. Wat vindt u ervan? zullen wij het in dit Multatuli-jaar nog in Gr. Ned. publiceeren?* Laat u het kommentaar gerust aan mij over. Ik heb niet alleen den heer De Kock gelezen en zijn strijdmethode ‘bestudeerd’, maar ook den heer Saks, die hé é l wat intelligenter is. Niettemin, het is een stuk voor en niet tegen Multatuli, als wij het publiceeren en als het kommentaar goed is.

Zou u niet een afschrift (getypt) willen laten maken van uw klerkenafschrift, precies zooals het is, mè t al de fouten, en dat aan het Mult.-museum sturen? Uw broer kan het wel even laten typen, dunkt mij, als u geen typiste bij de hand hebt. Wat hù n dokument betreft, dat zij zoo vriendelijk zijn geweest af te staan, dat stuur ik u, binnen weinige dagen (misschien morgen al) in het afschrift van Ter Braak.

Ik heb verder om dat onbekende, zittende portret van Multatuli geschreven, waar ik u over sprak. De conservator zou mij schrijven; ik wacht dus. U hebt mij natuurlijk niet noodig om u in verbinding te stellen met dien heer De Hartog4564; als u mij even noemt is dat genoeg; ik heb hem geschreven dat ik dit dokument van ù had. Met de 2 lezingen bij elkaar, heeft men het stuk prachtig bijeen, en als psychologisch dokument voor Multatuli is het van het grootste belang.

Als ik dat portret krijg, zal ik het u zenden. Waarom zou ik het niet krijgen? Ik ben bezig het vuil tegen Multatuli van 1926 (De Kock) en 1927 (Saks) op de bijeenkrabbers ervan terug te gooien, zonder in ‘Multatuli-verdwazing’ te vervallen, geloof ik. Ik geloof dat Multatuli-zelf mij met plezier dat portret zou hebben gegeven, waarom zijn conservator dan niet?

Wat moet ik van ù w afschrift (het oorspronkelijke) dus zeggen? Hebt u het van uw vader of van uw oud-tante Mimi? Graag even antwoord.

De 2 Gids-nrs. stuurde ik u terug. Wilt u mij deel 8, 9 en 10 van de Brieven ook nog zenden? U krijgt die 5 deeltjes (6-10) dan in é é n pak terug.4565 Ik bespreek morgen voor De Groene Julius Pé e.

Wilt u D.D. vragen: 1o of hij mijn bestelgoed (inhoudende Drakendoodster4566 en memorie) ontvangen* heeft? 2o of hij mijn brief4567 over de Drakend. kreeg?4568 3o of hij mij zijn brieven aan Pé e (de copy daarvan) zenden wil?

Wanneer komt u eens hier? Met vriendelijke groeten, steeds uw dw.

EduPerron

 

P.S. Heeft DD. u gezegd dat mijn boek bij Querido uitkomt?

 

4 April

 

Ik ben met het dokument klaar en stuur u het dus hierbij.

4563Zie Multatuli, Volledige werken IX, Amsterdam 1956, p. 603-617.
*Voor mijn boek is 't natuurlijk beter dat niet te doen!
4564DP bedoelt De Hart.
4565Tijdens zijn korte verblijf in Bandoeng op 20 en 21 maart 1937 had DP de twee nummers van De gids 74 (1910) geleend en de delen 6 en 7 van de Brieven van Multatuli.
4566Marc d'Hautour (ps. voor E.F.E. Douwes Dekker), Van een dappere dra kendoodster, De kroniek eener ongewone vrouwenziel. Bandoeng 1918.
*van hier verzonden
4567van Proempang
4568Niet teruggevonden.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie