E. du Perron
aan
G.H.'s-Gravesande

Tjitjoeroeg, 17 april 1937

Tjitjoeroeg, 17 April 1937.

 

Beste Hein,

Dank voor Jonge Most! Met eenige schaamte ontwaarde ik daarin dat er 2 sonnetten van mij4597 waren opgenomen tegen 3 gedichten van Binnendijk en 3 van Eric v.d. Steen, waaruit ik haast de gevolgtrekking moest maken dat ik van lieverleê onbelangrijker ben geworden dan deze heeren - maar, hoewel 't dan maar als dichter is, ik màg mezelf zoo'n veronderstelling niet aandoen! 't Zal zijn dat al mijn andere verzen te gemeen zijn voor schoolgebruik (dat door dit boekje, meen ik, ook beoogd wordt).*

't Is overigens best in elkaar gezet en de inleiding is zeer overzichtelijk. Wat mijn rol daarin betreft, speciaal in de Forum-affaire en de persoonlijkheidspredikatie dan, het komt mij voor dat een zekere du Perron zoo'n beetje meegedaan heeft achter Greshoffen Ter Braak; maar enfin, on fait ce qu'on peut, en daar gaat het nu niet om. Zoo'n bloemlezing vind ik altijd èn aardig èn teleurstellend. Eigenlijk vind ik het aardigste dat je in zoo'n boekje als dit wat proeven terugvindt van minder bekenden. De bekenden zieje nu eenmaal overal! Ik zou dan ook allerminst mijn eigen armoê van de 2 sonnetjes opgemerkt heb ben als A. Roland Holst, Marsman, Slauerhoff, Greshoff etc. etc. er niet zoo rijk in vertegenwoordigd waren geweest. Maar die zijn óók, zal je zeggen (al nam je de Stervende Geliefden op), stuk voor stuk minder gemeen.

Waarom staat er geen enkel gedicht van jezelf in? Omdat je deze most bijeenbracht? Medewerker van Forum was UEd. ook, zeker in niet mindere mate dan bv. Nine van der Schaaf.

Overigens: ik dank je nu voor dit boekje, maar ik vind je op mijn beurt, en met recht, een gemeenert, omdat je mij stiekem niet je eigen bondel4598 gestuurd hebt. Je dacht zeker dat zooiets in Indië wel ver-borgen zou blijven, hè? Nenni, je roem spoot zelfs tot hier! Ik reclameer dus dien bondel - vanwege Boucher als 't niet vanwege jou is; en in ieder geval moet ik de bladzij met het mij opgedragen poëem naar aanl. v. de ‘harde Dood’, desnoods eruitgescheurd!

Ik heb weinig te vertellen, dat Menno je niet verteld zal hebben. Mijn Multatuli-boek is de deur uit; klerkenwerk door Querido behoorlijk als klerkenwerk afgedaan (= betaald, en dan nog eerst na protest). Ik mag niet klagen, maar heb ook geen lust om hallelujahs erover te zingen, hetgeen genoemde Querido toch van mij scheen te verwachten.

Bep is vanavond voor de radio gaan lezen over Rouge et Noir. Moge de planters en snobs van de Kunstkring er beiden tevreden over zijn! het was lang niet makkelijk om het precies zoo stompzinnig en zoo quasi-verfijnd te krijgen als noodig leek. En ik hoop oprecht dat ze er niet in geslaagd is, dan doet ze het niet nog een keer.

Zend me je geïllustreerden bondel.

Over een dag of 14 gaan we misschien eindelijk een reis maken naar Bali over alle javaansche hindoetempels heen. Voor Bep hoognoodig; als de boel verder hier mislukt, heeft ze er tenminste dàt van gehad. Van mijn gesolliciteer zal Menno je hebben verteld, vraag het hem anders, als je 't te weten begeert. Ik word voortdurend gevraagd me te vertoonen, tot op tuinfeesten-met-bowls toe, en er wordt op alle lijnen voor een baantje voor me geïntrigeerd. Maar wat de schrijverij betreft, is ieder bang dat hij zich door mij compromitteert. Ze willen mij wel lezen, maar liever niet in hun eigen krant. En tenslotte is hier in W. Java maar één krant die voor mijn gevoel van fatsoen een beetje in aanmerking komt, het Bat. Nwsblad. De rest is ennesbé -patjepéïg, zooals hier de mode is.

Zend mij je vaers-bondel met àlle illustraties wijders een eigenhandig ingescripte opdracht.

Hartelijke groeten van Bep en aan Nen, en schrijf als je zin hebt.

Geloof me steeds je

E.

4597‘Sonnet van burgerdeugd’ en ‘Het kind dat wij waren’. In Jonge most, Bloemlezing uit de gedichten van medewerkers aan Het getij, De vrije bladen en Forum. Bussum [1937], p. 81 en 82.
*Ik hoop dat je er wat aan verdiend hebt. Nederlandsche uitgevers zijn allen dieven en afzetters, als ik mij niet heel erg vergis.
4598Het gedicht ‘De trouwe vrind’ (p. 53) met de beginregel ‘Je sprak van harde dood, de dood is goed’ werd aan DP opgedragen. In ‘Van zuiver en onzuiver sentiment’. In Bataviaasch nieuwsblad van 14 juli 1937 (Vw 6, p. 197-198); besprak DP ondermeer deze bundel.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie