E. du Perron
aan
L.F. Jansen

Tjitjoeroeg, 28 april 1937

Tjitjoeroeg, Woensdag. 28.4.1937

 

Beste Jansen,4617

Ietwat in haast dit afscheidsbriefje, want het zal wel eind Mei wor-den, of zelfs begin Juni, eer we elkaar terugzien. Ik hoop dan de elegieën van Cesar Bombay van je in drukletters (zij het per schrijfmachine geleverd) terug te krijgen. Plus je opinie over Brulard en de verhouding Brulard-Ducroo. Is de lezing nog gelukt?4618 Je moest inderdaad maar eens een lezing over mij houden, al was het alleen om mijn familieleden op Java te imponeeren, want deze zoete lieden beginnen steeds meer een rasechte mislukkeling in me te zien. Hoe kan dat anders, met iemand die ‘alsmaar’ geen ‘baan’ vinden kan. Ik sprak vanmorgen - op een afscheidsbezoek - weer een paar van deze met banden des bloeds aan mij verbondenen en merkte daarbij op dat hun heele zijn en bijgevolg conversatie beheerscht wordt door één hang naar algemeene geachtheid. Ik moet dus wel een sinister ongelukje zijn in hun oogen. En dat ik iets schijn te beteekenen in de literatuur gelooven ze wel (het staat in de krant), maar aangezien ze nooit een boek opnemen (wat ook weer voordeelen heeft voor onze goede verstandhouding...) Zie je, als ze nu opeens door de radio over me hooren, dan gaan ze me misschien toch weer met een danseres of zoo gelijkstellen - op de duiten na dan altijd, die toch weer niet minder tellen dan de algemeene geachtheid en die daar on ne peut plus étroitement mee verbonden zijn. Maar toch, zoo'n radio is iets. Wat de ‘baan’ betreft, je verhalen over ambtenaren hebben we niet veel hoop gegeven. Ik heb er een slechte nasmaak van overgehouden dat iedere ambtenaar zich alleen voelt bestaan als hij erin slaagt een mindere ambtenaar te judassen. Judassen = kleineeren, en het is altijd de grootere ambtenaar die de kleinere kleineert als ik het goed heb begrepen. Rotgans is een held tegenover Feicko Tissing omdat F.T. zijn mindere (ambtenaar) is4619; buiten de ambtenarij zou het neerkomen op lafheid of op wegvegen van zijn restjes na - zeg I½ seconde. Het is zieligjes! Als het werkelijk zoo is als jij het schildert, zie ik er maar bij voorbaat van af het te probeeren. Ik zal toch ernstig moeten overwegen wat te doen, zoodra ik terug ben. Jij met je vaste inkomen hebt daar weer geen routine van, geloof ik. Het beste en tot over een maand. Kom mij dan hier weer eens gezelschap houden. Maar we moeten ook éénmaal ‘Gedong Lami’ zien en mijn oude vriendin Dora (Flora). Inlanders interesseeren je toch minder dan je zelf denkt, meen ik nu wel te weten. Ook Bep. laat je hartelijk groeten. Gaarne je

E. du Perron.

4617Leo Frederik Jansen (1903-1945) was in 1937 ambtenaar bij de Generale Thesaurie van het Departement van Financiën. Op 14 april 1937 had hij Samkalden vergezeld bij diens bezoek aan DP. Tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië werkte hij gedwongen voor de Japanse inlichtingendienst. In 1944 nam de geheime dienst hem gevangen. Drie dagen na de bevrijding in 1945 overleed hij aan de gevolgen van zijn gevangenschap. Van de brieven van DP aan Jansen zijn slechts een aantal typoscripten teruggevonden. Deze verzameling is waarschijnlijk niet volledig.
4618Jansen hield wekelijks lezingen voor de Bataviasche Radio Vereeniging, voornamelijk over politieke onderwerpen.
4619G.E. Rotgans was onderhoofd bij de Dienst van de Opium- en Zoutregie; D.F. Tissing adjunct-inspecteur bij de afdeling Monopoliebewaking, Toezicht Sluikhandel en Premieverdeling.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie