E. du Perron
aan
H. Samkalden

Batavia, 3 april 1938

Batavia, 3 April '38.

 

Beste Hugo,

Ik had je een kleine verrassing bereid in mijn Zaterdagartikel van gisteravond, maar de strategische inzichten van het recalcitrante spekhoofd Van de Ven hebben anders beslist.5319 Dit personage schijnt inderdaad een soort ‘zelfbevestiging’ te hebben ontdekt in zijn methode om ons zoveel mogelijk tegen te spreken, subs. te werken. Ik heb me nu met Ritman verstaan om verdere relaties met genoemd spekhoofd te vermijden.

Bij deze gelegenheid zijn jij en wij voor komenden Zaterdag (alswanneer mijn artikel wèl verschenen zal zijn)5320 bij Ritman genoo-digd, zoo mogelijk altesaam ook met Elsje.5321 Kom als het eenigszins kan, want ook zonder Elsje moeten we wat ‘bijpraten’.

Schrijven gaat mij steeds slechter af; fysiek schrijven, bedoel ik. Daarom kort. Denk je nog eens over dien titel? (Ik veronderstel dat je mijn vorigen per Archief-koerier verzonden in orde ontving.) En heb je den Potdostgieterojevskyaan van Leur gewaarschuwd, dat hij zich misschien haasten moet?

De goede Nix van Bandoeng heeft mij geholpen aan een opmerkelijk, ongepubliceerd portret van den regent van Lebak, dat nu hoogstwschl. in mijn brochure komt. Met het portret van den controleur van Hemert (van 't Bat. Gen., je weet wel) en 2 ongepubliceerde foto's van Multatuli zelf.5322 Is dat geen fraaie illustratie?

Bep laat zeggen dat de Paaschpoging sowieso niet door zal kunnen gaan, vanwege geldgebrek. Misschien gaan wij in 't leege huis van de Crones, voor de goedkoopte, maar eig. zie ik ook daar tegen op. Bep zegt dat voor ons samenzijn een gewoon weekend wschl. ook rustiger is; wat denkt UED, ervan? Hartelijk gegroet en tot ziens.

Je E.

5319A.E.M. van de Ven, redacteur van het Bataviaasch nieuwsblad.
5320‘Herwaardeering in herdrukken.’ In Bataviaasch nieuwsblad van 9 april 1938 (Vw 6, p. 252-258). Over J. Greshoff, Rebuten (2e dr. Amsterdam 1937) en C. van Wessem, Celly, Lessen in charleston (2e dr. Amsterdam 1937). Het slot van dit stuk luidde: ‘Elk menschenkind heeft misschien maar de idealen waar zijn huid hem toe voorbestemde. “Het schurftig paard schuwt de roskam”, zooals onlangs die andere polemist zei, tot stichting van wie vergaten dat èlk paard een edeler dier blijft dan het dier met de roskam, de stalknecht.’ Daarmee reageerde DP op ‘Tuiltje “democratie”’ van Zentgraaff in De Java-bode van 23 maart 1938, waarin Zentgraaff schreef dat hij in verband met allerlei door echte en semi-fascisten gesignaleerde en nu eens niet ‘alleen door Joodschen bril’ geziene democratische misstanden fascisme en nationaal-socialisme zag ‘als eene volstrekt noodige actie tot eene zuivering der democratie waartoe deze uit zichzelve niet in staat was. Hoe schoon en nuttig is deze zaak, en hoe begrijpelijk het verzet. Het schurftige paard vreest den roskam.’ Zie voor het verdere verloop J.H.W. Veenstra, D'Artagnan tegen Jan Fuselier, E. du Perron als Indisch polemist. Amsterdam 1962.
5321Mevrouw E(lsje) Meijer-Brouwer.
5322Alleen de twee foto's van Multatuli zijn opgenomen in Multatuli, Tweede pleidooi (p. 5 en 6; Vw 4, p. 668 nr. 11 en 12). Zie voor portretten van Karta Nata Negara, regent van Lebak, Multatuli (Hasselt 1970), p. 106 en W.F. Hermans, De raadselachtige Multatuli (Amsterdam 1976), p. 35 en 40. Zie voor een portret van Langeveldt van Hemert De raadselachtige Multatuli, p. 37.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie