E. du Perron
aan
H. Samkalden

Bandoeng, 7 december 1938

Bandoeng, 7 Dec. '38.

 

Beste Hugo,

Je moet toch wel éénige satisfactie hebben van de wending die de strijd genomen heeft! Volgens berichten van hier denkt Z. aan niets anders meer en heeft op de J.B. van woede een stoel kapotgegooid. Wormser heeft met Koch gesproken (uiterst vriendelijk, zijn spijt betuigd over 't óók plaatsen van die aantijging,5721 die inderdaad van a tot z door Z. zelf is ‘opgezameld’, maar die zoo idioot zal blijken te zijn dat de smeerkees ook dààr geen plezier van zal beleven) en W. was van opinie dat mijn stukken ‘erger’ waren dan die van Z. zelf. Waarop Koch dit op zijn manier interpreteerde en antwoordde: ‘Ja, er is geen sprake van dat Z. tegen du P. op kan’; wat W. beaamde! Is het niet heerlijk? Ik voel me als een spadassijn5722 van Toledo, speciaal ingevoerd om een befaamde spadassijn van Madrid zelf op zijn rug te krijgen door middel van een paar heel speciale ‘geheime stooten’. Dan is er bericht gekomen dat Z. nu volstrekt niet meer zou reageeren, wàt we ook verder deden of schreven. We'll see. Ik heb al 2 artikelen klaarliggen voor het dier om het verder dol te maken.

Het stuk van hetzelve in De Pr. Post heb je nu ontvangen. Ik heb even gewacht om er ook mijn protest bij te doen; dat verscheen eerst gisteravond.

Koch heeft een onderzoek laten instellen; de uitslag daarvan wordt over een paar dagen ingestuurd (niet door Koch wschl., maar door 't Departement) naar ‘de’ bladen. Wormser - zegt Koch - doet allerlei om het goed te maken; heeft K. o.a. een vaste rubriek in 't A.I.D. over Britsch-Indië aangeboden. Hij zelf geniet van het pak dat Z. krijgt.

Het volgende nr. van K. en O. wordt ook best: met een groot stuk van Koets over de benoeming (niet-b.) van Romein5723 en een stuk van mij, getiteld 5 Anekdoten en een Gesprek, zijnde de ‘3e bijdrage t.k.v.d. provincie’. (Het gesprek gaat over Z.)5724

Wat een pest dat je vertrek is uitgesteld.5725 Maar nu hebben we je langer. Werk ook weer frisch mee aan K. en O.! De verzen van job5726 zijn amusant, maar niet zóó erg (voor ‘buitenstaanders’).

Houd je taai en tot spoedig,

Je E.

5721In ‘Dingen die verdwijnen’ (De Java-bode van 3 december 1938) uitte Zentgraaff de beschuldiging dat bij de bibliotheek van het departement van verkeer en waterstaat te Batavia, waar K&O-redacteur D.M.G. Koch van 1929-1938 bibliothecaris was, ‘wellicht duizend’ kostbare boeken waren zoekgeraakt (zie ook Bw TB-DP 4, p. 352).
5722Huurmoordenaar.
5723Koets kritiseerde in ‘Professorale stoelendans’ (K&O 1 (1938-1939) 21-22 (24 december 1938) p. 323-326) het afwijzen door de gemeenteraad van Amsterdam van Jan Romeins benoeming tot hoogleraar algemene geschiedenis aan de gemeentelijke universiteit.
5724Niet gepubliceerd in K&O van 24 december wegens een verweerartikel van Zentgraaf, waarbij DP een ‘Naschrift’ schreef (K&O 1 (1938-1939) 21-22 (24 december 1938) resp. p. 334-336 en p. 336). DP bewerkte dit hier bedoelde artikel tot: ‘Sombere reeks (Enkele spoken uit de provincie)’ in K&O 1 (1938-1939) 23 (12 januari 1939) p. 350-353, ‘Ontmoeting met “Indonesiërs” (Zijlicht op de provincie)’ in K&O 1 (1938-1939) 24 (1 februari 1939) p. 361-363 (Indies memorandum, Vw 7, p. 34-48) en ‘Gesprek over een koloniaal verschijnsel’ in K&O 2 (1939-1940) 2 (1 maart 1939) p. 27-28 (Indies memorandum, Vw 7, p. 56-59).
5725Samkaldens verlof was wegens zijn nieuwe functie als waarnemer bij de Volksraad uitgesteld.
5726Niet in K & O verschenen.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie