E. du Perron
aan
F.E.A. Batten

Bandoeng, 15 februari 1939

Bandoeng, 15 Febr, '39

 

Beste Fred,

Ik zond je een dag of 10 geleden een ex. van v.d. Wall's Indische Landhuizen, dat ik eindelijk vond, en gister 1 ex. Muze v.J. Companjie. Ik hoop dat je tevreden zult zijn. Dit laatste boek schijnt heel goed te zullen gaan; Nix is vol moed en zou zóó met het volgend deel willen beginnen. Daar heb ik geen bezwaar tegen, maar een vereischte is dat iemand - jij! - mij in Holland goed helpt. Ik heb dat résumé - kort, hoor! - van De Steenbergsche Familie nu hoog noodig, verder een fragment (liefst niet langer dan een blzij of 7, 8) van Sinjo Monjet5893 (liefst ook het 1e optreden van dezen heer, of althans daar waar hij 't meest ‘vertoond’ wordt); tenslotte die gedichtjes waar ik je om vroeg. Misschien ben je er al lang mee bezig geweest, vergeef in dat geval deze aansporing. Maar heusch, ik kan er wel mee uitscheiden als ik deze en andere copy uit Holland niet krijg. Ik laat Nix nu beetje bij beetje werken, telkens een plukje - en Sinjo Monjet is al erg in het begin.

Later meer. Dit gaat in haast. Dank.

Hartelijk steeds je

E.

5893‘Bruno Daalberg’ (‘Van Kraspoekol tot Saïdjah’ in Vw 7, p. 235-236).
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie