E. du Perron
aan
L.J. Welter

Amsterdam, 30 september 1939

Amsterd. 30 Sept. '39.

 

Beste menschen,

Na allerlei zee-avonturen zijn we den 21en in Vlissingen beland, op onze derde boot. Hier is alles erg onzeker; bovendien voelen we ons zeer onwennig in de kou en in al die baksteenen forten die hier steden heeten. We moeten in alle richtingen dingetjes doen - zoo moet ik eerstd. nr. Brussel en ga dan maar door nr Parijs - en door allerlei omstandigh. kunnen we nog maar niet besluiten waar te wonen. (Misschien besluiten de omstandigheden binnenkort voor ons, op een ver van leuke manier.) Ik hoop toch over een dag of 10 - in Bergen wschl. - rust te vinden voor de noodige schrijverij en voor langere brieven nr. Indië. Schrijf ons ook eens. Hoe is de stemming daar? Hier nu eig. wel rustig, gegeven de situatie. Is er nog wat schot gekomen in die grondenzaak?6217 Ik hoor dat het testament je gezonden is. - The captain hates the seal6218 viel aan boord (1e boot) erg in de smaak van den chief steward, die het ‘a very good yarn, eh?’ vond. Ik was meer v/h oordeel van den kapitein over zijn passagiers.

Hartelijke groeten van ons voor jullie, steeds je

E.

6217In verband met een onverdeeld gebleven nalatenschap, die uit een stuk grond aan Gang Crone in het centrum van Buitenzorg bestond, was de familie Crone geld schuldig aan DP's moeder en na haar dood aan haar erfgenamen, onder wie DP. DP had aan Welter gevraagd zijn belangen te behartigen, waarvoor deze het testament van DP's moeder nodig had.
6218Roman van Wallace Smith uit 1933, die mw. Welter aan DP ter lezing aan boord had meegegeven.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie