E. du Perron
aan
Soegondo Djojopoespito

Bergen, 30 oktober 1939

Bergen, 30 Oct. '39

 

Beste Gondo,6310

Daarnet schreef ik een lang antwoord aan Jit,6311 van wien ik vanmorgen een groot epistel kreeg. Vandaar iets korter aan jou. Vraag hem je mijn brief op te zenden, omdat daarin ook dingen voor jou staan (vanzelfsprekend). Zend jij hem dan dit.

Ik raadde hem aan het redacteurschap van K. en O. op zich te nemen; hij is daarvoor geknipt. Jij ook, doen jullie het maar samen. Daar heeft Koch meer aan dan aan befaamde maar nietsdoende Soerbardja's, en Soesilo gaat weg, schreef K. mij.6312 Van Jit hoorde ik dat het stuk van Soeroto6313 niet doorgaat, vmdl. omdat jij aan Koch gezegd hebt dat het gebral is. Het zou mij spijten als dat nu weggewerkt werd. Hier onder de studenten vond men het zeer lezenswaard, ook Ter Braak heeft er met plezier kennis van genomen, en al zijn niet alle blanda's onderwijzers, wij kunnen er ons voordeel mee doen. Ik vind dat Soeroto eerlijk opteekent wat hij van blanda's weet en laat die blanda's dan maar eens lezen hoe sommige Indonesiërs hen zien. Vraag Koch vooral het vervolg te geven. Als jullie dat noodig vinden, kan je er immers nog iets achter zetten? Maar laat Soeroto de vrijheid van zijn woord!

‘Blanda blijft blanda’, - dat schreef Jit me net weer eens. Natuurlijk, dat is ook volkomen waar. Als 't maar niet per se beteekent: ‘blanda blijft smeerlap’ of zoo. Dan is 't niet meer altijd waar; zelfs lang niet altijd, al gaat 't dan hier om de blanda's in-den-Oost. Maar een blanda die Indonesiër wordt, is m.i. iemand die òf jullie òf zichzelf bedriegt. En zoo er zulke zijn, dan 1 op de 100.000 neen op 't miljoen! Jij zag, zeg je, dat zelfs D.D. het niet is. Ga eens met ir. Th. Karsten6314 spreken, die zich verbeeldt het ± te zijn. Ik denk dat je hem óók nog krachtig ‘blanda’ zou bevinden. Zij, die ècht Indonesiër kùnnen worden, zijn sommige Indo's in de binnenlanden en zoo, - die zijn het misschien, maar die zijn zoo idioot, die hebben de idiotie van den blanda, dat ze 't niet willen zijn!

Neem jullie verhouding met mij. Als blanda ben ik echt, kan je wat aan me hebben. Beweer ik een Indonesiër te zijn, dan zou ik het gevoel hebben te huichelen, en dat gevoel alleen al zou alles bederven wat eerlijk tusschen vrienden mogelijk is. - Ik kreeg hier inzage van een brief van een broer van Sjahrir, genaamd Sjahsam, die o.a. over mijn corresp. met Sjahrir schreef. Als ik zoo'n brief bekijk, krijg ik déze indruk: Sjahrir, die zoo goed weet hoe de stand van de europ. literatuur is, vindt het wel leuk om daarover met du P. te correspondeeren, aan wien hij overigens natuurlijk niets heeft; - wat die du P. zoo hier en daar vertelt over de Indonesiërs is ‘niet onsympathiek’ (let wel: nog niet eens positief sympathiek!) maar hij heeft dan ook nog nooit duidelijk verteld hoe hij eig. tegenover ons staat; - tenslotte: laat die man nu maar gauw zijn nieuwe boek over Indië schrijven, dan zullen wij wel kijken of het niet, ‘uit socialistisch en humanistisch oogpunt’, tegenvalt. - Als ik zooiets lees, wordt ik ‘ketjoet’6315 en weerbarstig. Dan denk ik alleen nog maar: ‘bàrst met je socialistisch en humanistisch oogpunt’, terwijl ik, als ik even nadenk, me met dat ‘oogpunt’ toch wonderwel verzoenen kan. Maar het zijn die eischen bij voorbaat, dat partij-programma-achtige, die een eerlijk man zoo tegen de borst stuiten. Kan je dat meevoelen? Ik denk toch wel. Jij beter dan 1000 andere Indonesiërs.

Maar als ik lees hoe Tjitjih nu optreedt, dan voel ik me werkelijk verantwoordelijk. Ik zou toch wel eens kunnen blijken te zijn: een soort van ‘djien’,6316 die jullie niets gebracht heeft dan extra-beroerdigheid. Lees maar wat ik Jit hierover schreef Ik meen dat, woord voor woord. Ikzelf zit hier prettiger dan jullie, op dat gebied. Tenminste, zoolang het nog duurt! Komen de nazi's aan het bewind, dan hebben jullie het heilig, vergeleken met mij!

Schandaal in Holland is al krachtig uitgevloekt en verdacht gemaakt in de N.S.B.-pers. Daaronder hooren ook vele ‘nationalisten’ die niet openlijk N.S.B.-er zijn. Een reactie daarop kan je lezen van Vestdijk in het Nov. nr. van G. Ned.6317 (dat hier eerstdaags uitkomt - heeft Jit dat nog altijd?)

Wij knappen hier goed op; zelfs Bep nu, eindelijk! Tegen 15 November denken we naar Den Haag te gaan. Van den oorlog merken we niets, - maar pas op! Dat is eig. ‘verdacht’.

Heeft Tjitjih haar andere ms. nu aan Van der Veen gezonden? Mevr. Romein zit nog altijd op het ms. dat ik heb; ik schreef haar van hier maar kreeg tot dusver geen antwoord. Ik zag de Romeinen nu 2 ×: allebei erg aardig; vooral zij is mij nog erg meegevallen, zij is veel liever nu (ouder ook) dan 4 jaar terug. Hij ziet eruit als een aardige, intelligente hond; hij heeft een hondengezicht met hondenoogen, maar zeer intellectueel, professoraal bedachtzaam, toch abso-luut van qualiteit. Behalve het ms. heb ik eenige foto's bij hen achtergelaten, o.a. van jullie,6318 die van Digoel met Maskoen, Sjahrir en Hatta6319 erop, en een kiek van Djoehariah,6320 die ik van Nining gekregen heb, ik bedoel van de booze Marti.

Schrijf mij wat Tjitjih en jij nu verder doen en wees niet te koppig, waar 't niet absoluut moet. Dat idee van een nationale hoogeschool is zeker niet zoo gek, maar in de realiteit zal 't wel nergens goede aarde vinden; wie heeft het geld? Wie zullen de (erkende!) hoogleeraren zijn? en tenslotte: zou de regeering toestemming geven? Ik sprak aan boord van de Indrapoera met dr. I.J. Brugmans,6321 die in Calcutta, meen ik, aan boord gekomen was, en die de Britsch-Indische universiteiten bestudeerd had, met het oog op de litt. faculteit v/d Hoogeschool te Batavia. Hij vond het peil daar maar zéér matig en zegt dat de (Br.) Indiërs zelf dat toegeven. Die Brugmans is een aardige, fijne man, maar blanda 105%. Toch van het zeer goede soort, als je hem in Indië zet. Hij heeft den tijd met jullie zelfbestuur! Hij wil het degelijk aanpakken om jullie te vormen; dat duurt zéker nog wel 150 jaar. Dit wil niet zeggen dat hij ‘oneerlijk’ is. Hij staat waar hij staat, en hij staat, als goed ambtenaar, rechts.

Is er van Parindra6322 niet iets te maken, dat meer jouw kant uit gaat? Ik had den indruk dat de Par.-leden zelf nogal verdeeld zijn.

Nu, later meer. Ik moet nu het dorp in, dit wegbrengen. Bep is naar Den Haag, maar zal Tjitjih zeker nog schrijven. Heel veel hartelijks van ons 2 voor jullie 2, en een hand van je

E.

6310Het echtpaar Soegondo en Soewarsih (Tjitjih) Djojopoespito was, toen zij DP leerden kennen, al vijf jaar verbonden aan een zgn. Vrije school, de Tarman Siswa-school in Bandoeng, een door Indonesiërs beheerde en bemande lagere en mulo-school, die een moeizaam financieel bestaan leidde. Soewarsih Djojopoespito heeft dit beschreven in haar door DP ingeleide roman Buiten het gareel. In ‘Ontmoeting met E. du Perron’ in Vrij Nederland van 14 december 1946 vertelt zij, dat het echtpaar DP hen in Bandoeng onverwacht bezocht in 1938, nadat haar zuster, Soewarni Pringgodigdo, haar al eens vergeefs ertoe had trachten te bewegen DP op te gaan zoeken. Er ontstond een spontane vriendschap, die nog werd versterkt door DP's bemoeiingen met het ms. van Buiten het gareel. In het Du Perron-nummer van Tirade 17 (1973) nr. 184-185 (februari-maart 1973), p. 68-75, publiceerde Soewarsih D. ‘Eddy du Perron, de vriend, die nooit gestorven is’. Soegondo D. verliet na de oorlog het onderwijs; hij was o.a. van 1950 tot 1951 minister in het kabinet-Halim van de Republiek Indonesië. Soewarsih D. bleef tot 1944 in het onderwijs werkzaam. Van 1945 tot 1950 waren beiden lid van het Centrale Nationale Comité van de Indonesische republiek. DP's brieven aan Djojopoespito's werden door hen verbrand na de inval van de Japanners op Java in maart 1942. Deze ene brief is door uitwisseling in de collectie brieven aan Soejitno Mangoenkoesoemo terecht gekomen. Daarom is DP's brief aan Soejitno M. van 30 oktober 1939 verloren gegaan.
6311Niet bewaard.
6312Vgl. 3690 n 1.
6313Onder het artikel van Soeroto ‘Ervaringen met blanken’ stond vermeld ‘(Slot volgt)’. Het in deze brief bedoelde slot werd nooit gepubliceerd.
6314Thomas Karsten (1884-1945), architect-stedebouwkundige, was één van de redacteuren van Kritiek en opbouw.
6315Verschrikt.
6316Arabisch: geesten.
6317In zijn stuk ‘De fatsoensrakker’ in GN 37 (1939) 11 (november), p. 451-458, viel Vestdijk J.W.F. Werumeus Buning aan, die in De telegraaf van 4 oktober 1939 Schandaal in Holland op morele gronden had verworpen, omdat hij het te zinnenprikkelend vond (zie ook Bw TB-DP 4, p. 551).
6318Foto niet achterhaald.
6319Foto niet achterhaald. De Indonesische nationalisten Sjahrir en Hatta werden in 1934 als bestuursleden van de P.N.I. (Pendidikan Nasional Indonesia) gevangen genomen en na elf maanden voorarrest zonder proces verbannen naar het concentratiekamp Boven-Digoel in Nieuw-Guinea. Daar verbleef toen al Maskoen, die in 1930 als bestuurslid van de Partai Nasionalis Indonesia in het zgn. proces-Soekarno tot twee jaar gevangenisstraf was veroordeeld. Als intellectuelen kregen Sjahrir en Hatta in 1936 Bandaneira op Banda als interneringsoord aangewezen. Sjahrir beschreef onder het pseudoniem Sjahrazad zijn ervaringen uit deze periode in zijn in 1940 verschenen Indonesische overpeinzingen.
6320Foto niet achterhaald. In Buiten het gareel figureren de vrouw van Maskoen, Djoeheeni, als Djoehariah en Soewarni Pringgodigdo als Martilah (Marti) en zuster van de hoofdpersoon Soelastri.
6321Secretaris van het Nederlands-Indisch departement van onderwijs en eredienst.
6322De Partai Indonesia Raja (een samensmelting in 1935 van twee nationalistische groeperingen) had een gematigd coöperatief karakter en was in de Volksraad vertegenwoordigd.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie