E. du Perron
aan
E. van Moerkerken

Den Haag, 22 januari 1940

Den Haag, 22 Jan. '40.

 

 

Beste Miel,

Ik had er al zoo'n ideetje van, dat je nièt tevreden zou zijn! Nu, zeg dan maar aan V. Geel dat het allemaal moet zijn zooals jij het nu gezegd hebt. Dus niet ‘aardig en in den grond eerlijk’ maar ‘eerlijk en onder den grond aardig’ en zoo. Dat moet hij allemaal in dien brief van mij veranderen; zeg dat ik ook vind dat dat moet.

Met ‘worden’ bedoel ik: worden. wat je in werkelijkh. bent. Emiel v.M. en Chris v.G. worden.6661 En nei, nei, niet arrivé worden, jesses nei!... En we worden allemaal ook nog wel een lijk. En als 't daar maar mee ophield, mon Dieu! Maar nei:

 
Kinderkoor:
 
We moeten altijd nog wat wo-orden,
 
We worden allemaal nog een lijk -
 
en was 't nou daarmee maar in o-orde,
 
Maar nei, zoo'n lijk dat wordt weer slijk!

Enz. - De honden zijn wschl. wel beter dan de menschen, maar een hond inpl. v. een vriend vergt toch een staat v. abruti-heid die ik vooreerst nog niet ambieer. Verder, natuurlijk, waarom zou je St. niet vervelend vinden? 't Is dan ook meer dat plezier van te schrijven: ‘Met afkeer en verveling St. weggelegd’, waar ik 't over had; zoo schrijf ik over Duhamel. Verder moet je je natùùrlijk door St. (niet Stendhal maar Stalin) laten koejeneeren, want je geeft je heerlijk geen rekenschap van dien man en lijkt daarin precies op de ‘intellectueelen’ die je niet vertrouwt.

Heb je Het L.v.H. nu ontvangen?

Beste groeten, ook aan V. Geel en ga zoo voort (bis).

Hartelijke groeten van

EduP.

6661Vgl. 3964, voorlaatste alinea, en 3991 n 1.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie