E. du Perron
aan
A.E. van Rantwijk

Den Haag, 26 januari 1940

835 Laan v. Meerdervoort, 26 Jan. '40.

 

Geachte Heer Van Rantwijk,

Van Vestdijk zult u een stuk van mij gekregen hebben voor G.N. over Multatuli.6681 Zoudt u mij dit stuk even terug willen laten zenden alvorens te laten zetten? Bij nadere bedenking wil ik er de passage over Van Deyssel, Couperus en zoo toch uit halen; die bewaar ik liever voor een later en grondiger beredeneerd stuk. -

Hoe staat het overigens met het honorarium? Ik kreeg 20 overdrukken van mijn art. over Van Twist en Mult., niet voor 10 ct. maar voor 20 ct. per overdruk (het waren nl. 2 cahiers, dus soit!) - maar met die f 4 is, hoop ik, toch niet mijn heele honorarium vereffend? Graag dus het ontbrekende, dwz. resteerende; of nader bericht.

Belt u eens op wanneer wij elkaar terugzien? In de loop van de volgende week zou ons schikken. Ik lag een week met griep.

Tot ziens en m. vr. gr. uw dw.

EduPerron

 

6682 Vervalt; daarnet krijg ik het geld!

6681‘De waarheid der wrekende schoondochters’. In: GN 38 (1940) 3 (maart), p. 340-348; niet in deze vorm in Multatuli en de luizen en Vw. ‘De passage over Van Deyssel, Couperus en zoo’ werd op p. 342-343 gehandhaafd.
6682Deze regel in margine naast de tweede alinea geschreven.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie