E. du Perron
aan
S. Vestdijk

Bergen, 11 april 1940

Beste Simon, Ik denk dat ik binnenkort ruzie krijg met die ‘Amsterdamer Schule’ die door jou en door Henny wel erg uitvoerig is vertroeteld.6912 Ik lees nu het werk - eindelijk methodisch en compleet - van V. Hattum, Hoornik, Den Brab. Met nr 1 ben ik klaar: welnu, het is voor mijn gevoel een rijmende burgerman, met een soms niet onvermakelijke zuurheid. Als hij van mij ‘geleerd’ heeft (het is après tout mogelijk), van jou heeft hij 3 × zooveel gegapt. God, God, de daimonie van dien schoolmeester! zoomaar van roode frik tot daimonoloog. Ik zou een stuk of 20 verzen van dezen heer ‘wel goed’ hebben gevonden, maar een dichter ziet er, zelfs voor mijn gevoel, anders uit, en Boutens zou gelijk hebben6913 als hij alleen maar op de V. Hattums schold. Die lieden zijn krachtig over het paard getild; ik baseer dit nu niet op roddelpraat, maar op dit werk. Misschien vallen Hoornik en Brabander mee, anders zal ik over ze allemaal maar zeggen wat ik er precies van denk.6914 Wat zullen ze dàn boos zijn!

Hartelijk gegroet en tot nader,

je E.

6912S. Vestdijk schreef drie stukken over Van Hattum en twee over Hoornik, opgenomen in Muiterij tegen het etmaal. Deel II, poëzie en essay, 's-Gravenhage 1947, p. 96-114; Marsman had in 1938 Drie op één perron besproken, in 1939 besprak hij driemaal Hoornik en eenmaal Van Hattum en Morriën (in één artikel).
6913Niet achterhaald.
6914DP schreef over hen ‘Poëzie op Amsterdamsch peil’ in BN van 18 mei 1940 (av.) en ‘Dichters van het berijmd cynisme’ in BN van 25 mei 1940 (av.) (Vw 6, p. 533-546). Het slotartikel is verloren gegaan.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie