E. du Perron
aan
H. Scholte

Gistoux, 3 oktober 1928

Gistoux, 3 Oct.'28.

 

Waarde Heer,

In haast - ik sta op het punt naar Dinant te gaan - zend ik u het gevraagde gedicht,7003 al voorzie ik op deze manier dat er een paradepaard uit groeit, wat mij niet dan onaangenaam kan zijn. Maar tant pis! ik zou evenmin te veel aan dergelijke bedenkingen willen toegeven. Alleen zult u met de Kollewijnsche spelling genoegen moeten nemen of de verzen zelf in de Vries en Te Winkel omzetten; ik heb er geen tijd voor, en overdrukken uit De Gids heb ik niet laten maken. Ik zend u de eenige lezing die ik er zelf van bezit, maar er komen eenige wijzigingen in voor, en - wat misschien interessanter voor u is - vier nieuwe strophen.

Aan Burssens heb ik gelijk met dezen7004 geschreven. Zijn adres is: 57 Albertstraat, Wilrijck - Antwerpen. Ik heb hem om een onuitgegeven bijdrage van P.v.O.7005 gevraagd - onmiddellijk naar u te zenden - en hem gezegd dat er haast bij is.

Geloof mij met beste groeten gaarne uw dienstw.

EduPerron

 

De onuitgegeven strophen heb ik met rood aangestreept.

- Zoudt u mij even de ontvangst van deze zending willen berichten?

7003‘Gebed bij de harde dood’ in Erts 1929, p.201-206; deze publikatie bevatte vier strofen meer dan de eerste publikatie in De gids 92 (1928) 9 (september), p. 320-323 (Vw 1, p. 69-74).
7004Brief 203 van 2 oktober 1928 (Brieven I, p. 281-282).
7005Paul van Ostaijens ‘Zelfbiografie’ werd postuum gepubliceerd in Erts 1929, p. 11, samen met de al eerder postuum gepubliceerde gedichten ‘Rijke armoede van de trekharmonica’ en ‘Souvenir’, p. 12-13.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie