A. Jansen
aan
E. du Perron

Batavia, 6 april 1937

Batavia-C 6-4-37

 

Geachte Heer du Perron.

Achter de laatste woorden ‘tot ziens’ van uw brief staat een veelbetekenend vraagteken. U moet slechte ervaringen hebben met dergelijke debatten. En inderdaad ik verwacht er niet veel praktisch resultaat van, maar daar is het waarschijnlijk nòch u nòch mij om begonnen. Ik kom werkelijk graag nog eens wat langer in Tjitgoeroeg, maar dat is me a.s. Zondag op stel en sprong niet mogelijk. We zitten in de begrotingsmaand, de drukste tijd van het jaar. Bovendien moet ik voor een dergelijk weekend tijdig een regeling treffen met de Radiovereeniging, die me Zaterdagavonds voor de microfoon verwacht. Heeft U er bezwaar tegen, dat ik dit bezoek uitstel tot begin Mei? Het spijt me, dat het zoo laat wordt, en ik zou het intusschen erg prettig vinden, als ik U eens in Batavia zag. (Helaas heb ik geen logeerruimte).

Om nog even op Uw brief terug te komen, daar spreekt dus precies dezelfde aarzeling uit van te moeten kiezen tusschen ‘koloniseerende prollen‘ en Inlandsche ....... , dat ook mijn deel is. Uw sympathie voor de Inlanders vind ik best en uw verachting van de Hollandsche prollen uitstekend. Hoe tragisch is het dus, dat U zich – als u met D.D. geen Aziaat wil worden – na 3 jaar met deze prollen zult moeten vereenigen en zult moeten erkennen, dat je als kolonisator – slechts kolonisator kunt zijn (als je niet wilt, dat je nek wordt afgesneden.) Door gebruik te maken van den term ‘elementair voelen en denken’ keert u terug tot de phasenindeling, die me onbruikbaar voorkomt. Bovendien wat wil dat zeggen? Voelen is van nature elementair, maar toch zijn deze menschen, zooals u zegt, ook ‘uitgeslapen’. En wat stelt U daar tegenover? In de eerste plaats: waardeering voor kwaliteit, voor karaktergrootheid etc. Dat is dus een gevoelsstandpunt en al evenzeer ‘elementair’. Ik zou dus moeten concluderen, dat U wat het voelen betreft aan den kant van D.D. staat en wat het denken betreft een respijt van 3 jaar neemt. Een andere vraag is, of er aan de overkant, bij de kolonisators dus, geen karaktergrootheid kan zijn. Daar ligt misschien Uw redding in het conflict van voelen en denken. Ik zie u al als biograaf van Idenburg en andere dominees. Tot ziens!

A. Jansen

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie