E. du Perron
aan
Victor E. van Vriesland

Gistoux, 11 april 1932

Gistoux, Maandag.

 

Beste Vic,

Dank voor je terechtwijzing in de N.R.C.; ik hoop nog eens mijn leven te kunnen beteren ! Wàt die lummel van een Donker betreft, ik ben blij dat ik door zijn pachydermen-edelheid ben heengekomen en hem met mijn opmerkingen naar aanleiding van Schotman tenminste zoo ver heb gekregen dat hij, heel zijn rol vergetend, heeft gemeend zich te moeten wreken. En het meelwurmpje Theun heeft ook nog wat Costeriaansch gif kunnen distilleeren. Vroeger of later antwoord ik nog wel, krachtens de door jou gesignaleerde gewoonte. Ils ne perdent rien pour attendre, en Coster ook niet.

Maar daar schrijf ik je niet voor. Ik zit nu weer in Gistoux en heb van Stols de copy van Mikrochaos terug, waar natuurlijk nog steeds geen letter van gezet is. Ik heb alles nu weer doorgekeken en er kort en goed drie afdeelingen van gemaakt; de 1e, getiteld Vermoeide jeugd, bevat alles wat behouden werd uit Poging tot Afstand, en wordt nogmaals aan Willink opgedragen; de 2e heet Rose en Geel en bevat de meeste sonnetten uit Parlando + het Gebed b/d H.Dood, en is weer aan Jan van Nijlen opgedragen; de 3e afd. heet Het Verval en bevat nu de heele Hubertus, P.P.C., De Man die Lacht, Een Opdracht (uit Barnabooth), Het Huis, de sonnetten In Memoriam, Kolonie, Mystiek Terrein, De Katastrofe, Epitaaf, Gli Amanti, De Ronker tot de Verdrevene (oorspr. voor Jany geschreven in Ascona, en in Helikon gepubliceerd), Een Vrouw, Voor S-, het lange gedicht De Wachtende, en Mirliton. Er is zooveel bij dat jouw speciale voorkeur heeft, en het slotvers zou zoozeer voor jou geschreven kunnen zijn, dat je me moèt toestaan jou deze afdeeling op te dragen. Dit dan in plaats van die onaffe Mijnheer die weggaat, waarvan later misschien alleen nog maar een paar stukjes en brokjes over zullen blijven in een grootere roman. Ik geloof dat je nù niet bij de ruil verliest en ja zult zeggen. Je zou me er een groot genoegen mee doen; temeer waar dit deel van mijn werk, door je kritiek en je mee-ordenen van het ms. van Mikrochaos, in mijn gedachten veel meer dan dat verhaal met jou is ‘verweven’. - Of als je wilt, dan dit èn dat!*

Tegen 20 April ben ik weer in Holland terug en ga dan eenige dagen naar Bergen. Daarvóór of daarna hoop ik je in Rotterdam nog te zien. Schrijf me een briefkaart hierheen met je besluit in deze opdracht-aangelegenheid. En hou je taai tusschen de persen. Waarom heb jij nu niet een paar pluimstrijkerijen op rijm voor Hopman†1 geschreven? Dat staat zoo verdomd goed in de letterkunde en heeft soms nog andere voordeelen.

Met hartelijke groeten, steeds je

Eddy

 

Origineel:?

*Maar is dat niet te innig, en te veel van het goede?
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie