E. du Perron
aan
V.E. van Vriesland

Gistoux, 5 april 1930

Gistoux, Zaterdagavond.

 

Beste Vic,

We zijn 5 dagen in Brussel gebleven inpl.v. 2; dit nog wel zeer noodgedwongen: ziekten van mijn moeder, mijn vrouw, vermoeienissen van de reis, nieuwe strijd met griep, etc. - Bon!

Zooeven eerst hier komende, vond ik je brief. Ik haast mij erop te antwoorden, maar morgen is het Zondag - we zitten op het land - bref, ik vrees dat mijn opmerkinkjes, voor je sonnet althans, tòch wel te laat zullen komen.

In versnelde pas dus (dan kan dit papier straks tenminste nog in de bus), antwoord op de volgende punten:

1.Abstract en niet-abstract. Als je Binnendijk tegen mij gaat uitspelen in deze kwestie, is alles precies zooals het wezen moet. Je schijnt te vergeten dat - question de talent mis à part - B. de abstractheid zelve schijnt te zijn, en ik de tot het uiterste doorgedreven ‘persoonlijkheid’. Dus....Jij staat in dezen tusschen B. en mij, vandaar ons: ‘te veel!’ - ‘te weinig!’ - Wil je mijn opinie dus weer, dan is die als volgt: Hypothese, zéér goede titel; zonder aarzelen behouden! (Anticipatie, óók goed; maar ik prefereer het andere.) 2. ‘Maar angst, o de angst’, inplaats van ‘3× angst’, vind ik niet minder of beter, maar even goed; alleen meer met jouw toon in overeenstemming. Maar dit is natuurlijk een geheel persoonlijke indruk. 3. - Nu je vele-mogelijkheden-tot-verbetering-van-den-voorlaatsten-regel (hè!): Het eerste woord moet volgens mij zijn: ‘verstilt’ of ‘versmoort’, liefst zelfs het 2e (voor den klank) - maar van alle mogelijkheden na ‘versmoort’ zou ik juist ‘de smart’ opgeven, en jij neemt het! Neen, geen sm., sm., sm., - laat dat kunstje voor goed in de vele bundels van Van de Woestijne woeden, of vergaan.
Smoort geen wanhoop om’ - etc.
vind ik ook zeer goed; - vooral omdat het laatste woord in den vorigen regel is: ‘verstaanbaar’. Maar wil je toch met ‘versmoort’ beginnen, dan stem ik op:
‘versmoort geen rouw’.
Verstilt’ is mooi als klank, maar geeft hier niet aan, vind ik, wat je bedoelt.
- Voor regel 7, vind ik je verbetering niet bizonder. Het woord ‘zwijgt’ komt er nu zoo vreemd achter; het moet m.i. blijven: ‘tòch zwijgt’.
Géén -.‘klein bed’! (‘Klamboe' is muskieten-gaas.) Ik zie er ook zoo gauw niet iets beters voor. Waarom niet ‘goedheid’ veranderen, als je op ‘vergeefsche’ en ‘klamme’ gesteld blijft?* Waarom niet:
‘Vergeefsche zorg naar 't klamme bed - toch zwijgt’?

 

***

 

4.- Schrijf me wat de uitslag is geweest van je gesprek met Hopman. Wanneer verschijntje eerste artikel?
5.- Ik bedoelde van Kampen. Die? was een slip of the pen. Van Krimpen1015, mij bekend, zal mij zoo spoedig niet iets vragen, vrees ik.
6.- Als je even geduld hebt, zend ik je Variété II dat ik zeker niet aanhoud. Ik heb het bijna uit.
7.- De verbetering van dien regel voor de rijmprent vind ik uitstekend; d.w.z. de 2e; laat ons het houden op:
 
‘Wij voeren ze verveeld en moe ten dans
 
Want authentiek is toch hun oogenglans.’

(Maar waarom overal ‘hun’ - en niet ‘haar’, of beter nog, waar het meerv. is: ‘heur’?)

8.- Franctireurs1016 is goed, màg althans in het Hollandsch, maar francstireurs is correcter. Reden dus om het eerste te nemen, vooral waar het ook aardiger is. Aldus geschiedt.
9.- Zal nog eens uitvoerig peinzen over die ‘hart-en-hand’ kwestie1017.
10.- Die regel ‘zou ooit wel’ enz. heb ik blijkbaar verkeerd voor je opgeschreven. Het zijn n.l. 2 halve regels, zoo:
...Zou ooit wel duren

Een vreugde langer? ‘k Stel de vraag met pijn1018.

En dan gaat het best, al is het dan niet prachtig.

Ik meen dat ik op alles geantwoord heb, zij het wat haastig. Ik moet nu nog eenige dingen van je hebben, die je, hoop ik, niet vergeten zult! Récapitulons:

1.Voorw. Uitzicht met limerick in ms. des schrijvers.
2.Brahman, met bolletjes en vraagteekens.
3.Portret van Dèr Mouw (eventueel).
4.Je essays, kritieken, etc., dewelke ik met zorg en genieting zal lezen.

Misschien is er nog wel iets? Ik heb zoo'n gevoel...

 

***

 

Stols gaat accoord voor de rijmprent. De eenige vraag is: welke illustratie? Te duur mag het weer niet worden, dus geen litho of ets, maar een teekening of houtsnede. Ik geloof dat je Willink als houtsnijder onderschat; hij sneed een zeer soepel portret van Hooft in een helaas slecht gedrukten bundel dien ik indertijd samenstelde en waarvan ik je, gelijk hiermee, mijn laatste exemplaar zend1019.

Ik hunker naar de desiderata - dus, vergeet me niet!

Met ferme handdruk, je

Ed.

 

P.S. - Ik las je interview in D.G.W.1020 in Den Haag. Je zegt er zeer juiste dingen in, o.a. over Marsman. Ik zou dat interview, misschien bijgewerkt? in je event, bundel kritische ontboezemingen opnemen.

*Klamme moet trouwens, vind ik; is véél beter dan klam.
1015De grafische verzorger Jan van Krimpen.
1016Gedicht van DP (Vw 1, p. 43).
1017Dit slaat op het gedicht ‘Ander beeld’ (Vw 1, p. 47).
1018Regels uit het gedicht ‘Wandeling zonder maan’ (Vw 1, p. 48).
1019De in 1926 verschenen bloemlezing uit Hoofts Minnedichten.
1020Het interview door 's-Gravesande (Pannekoek) was verschenen in DGW 26(1927) 6(juni), p. 121-125.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie