Dr. Hooykaas en de Oidipoesopvoering te Arnhem
HET is altijd een genoegen met mannen te spreken over hun vak of beroep, als zij dit oprecht genegen zijn.
Wie komt uit de materialistische sfeer van het dagelijksche leven, waarin de begeerten de leegte moeten vullen van een algemeene geestelijke onverschilligheid, voelt pas hoe verkild hij is, wanneer hij den weldadigen invloed ondervindt welke uitgaat van de gestadige stille geestdrift van den werker voor een nobel ideaal.
Deze gewaarwording ondervonden wij toen wij gezeten waren in het studeervertrek van Dr. Hooykaas, om hem te interviewen naar aanleiding van de opvoering van Oidipoes, die in December in den Stadsschouwburg te Arnhem heeft plaats gehad.
Het was met liefde en toewijding dat hij ons begon te vertellen van de motieven, welke hem hadden genoopt tot zijn voortreffelijken arbeid, en van de beteekenis die deze kon hebben voor het onderwijs, het tooneel en voor de verbreiding van de klassieke beschavingsidealen.
Voor het onderwijs schijnen mij deze voorstellingen van groot belang, zeide Dr. Hooykaas, omdat zij geheel in de lijn liggen van de beginselen, waarnaar het onderwijs in de klassieke talen tegenwoordig wordt gegeven.
Vroeger werden de Grieksche treur- en blijspelen voornamelijk grammaticaal behandeld. Vooral streefde men er naar om bij de leerlingen een zuiver taalbegrip te vormen en daartoe werd dan dikwijls een vol uur gebezigd voor een stuk Grieksch proza of poëzie van 10 à 15 regels, dat haarfijn werd uitgesponnen en uitgeplozen.
Op deze wijze werd het zelfs den begaafdsten leerling onmogelijk gemaakt het geheel te overzien. Zijn aandacht ging geheel op in de beschouwing van het detail.
Dit kwam hem zoo dicht onder de oogen, dat hij daarnaast en daarachter niets meer kon onderscheiden. De bedoeling van den dichter, zijn visie, de geestelijk en artistieke eenheid zijner schepping gingen voor hem te loor.
En bovendien veroorzaakte dit onderricht, dat zich zoo eenzijdig richtte tot de intellectueele bevattelijkheid, en geen contact zocht met de begaafdheden waaruit geestes- en zieleleven dooreengestrengeld opbloeien, een dikwijls niet geringe verveling.
Met dit systeem heeft men gelukkig gebroken. Tegenwoordig wordt niet langer uitsluitend wetenschappelijk-analytisch geleeraard.
Aan het aesthetische en cultuur-historische element wordt nu zooveel aandacht geschonken, dat de leerling een gedeelte der Grieksche litteratuur als een eenheid kan ervaren en met de taal zich ook de schatten van de Grieksche cultuur eigen maakt.
Maar het lezen van de Grieksche tragedie's in haar geheel is nog niet voldoende om ons van het wezen dezer klassieke kunstwerken te doordringen. Ze werden geschreven om te worden gespeeld en kunnen dus alleen door een opvoering geheel tot haar recht komen.
Het voor het theater geschreven woord wordt slechts tot leven gewekt wanneer het gebracht wordt in de plastische sfeer.
Van het oogenblik, dat men begint aan de reconstructie van het theaterstuk ervaart men dan ook pas goed hoeveel men al doende nog te leeren heeft. Men wint een dieper inzicht in de structuur van het stuk en verkrijgt grooter waardeering voor de details en finesses.
Bij elke overwonnen moeilijkheid worden wij dan met voldoening gewaar, dat wij een barrière, welke ons scheidde van een juist begrip der tragedie, achter den rug hebben.
In dit opzicht hebben wij bij de opvoering van Oidipoes veel te danken gehad aan de regie en de leiding van van Dalsum. Geleid door zijn intuïtieve en fijnzinnige kunstenaarsnatuur en zijn theaterervaring slaagde hij er in voortdurend nieuwe schoonheden bloot te leggen.
Maar hoe was het mogelijk, vroegen wij, tot een voorstelling te komen, die meer was dan een tot in de schouwburgzaal voortgezet onderwijs, en wel een gebeurtenis op het gebied van de kunst van het tooneel?
Het waren toch slechts zeer jonge en ge-
heel onervaren krachten die te uwer beschikking stonden.
De heer Dr. Hooykaas glimlachte vergenoegd als vroeg hij: Gelukken dan niet alle dingen, wanneer men toewijding ontmoet? Maar de woorden die omschrijven, klinken altijd nuchterder dan de eerste milde gedachte waaruit zij voortvloeiden.
De Nederlandsche Gymnasia, zoo vertelde dus Dr. Hooykaas rustig, hebben van Sept. tot Dec. in overgroote meerderheid Oidipoes gelezen, van de tachtig zeker zestig.
En niet alleen de zesde klasse maar ook de vijfde hield zich er mede bezig, op vrije middagen.
Het eerste noodige: een intelligent publiek, dat passief aan de opvoering zou deelnemen, werd op deze wijze gevormd.
In Nederland 500, in Amsterdam alleen niet minder dan 50 gymnasiasten en verschillende leeraren hielden er zich mede bezig.
Vrees, dat onze opvoering in de ijle wezenloosheid van een niet begrijpend publiek te loor zou gaan behoefde er dus niet te bestaan.
Maar die voorbereiding was dan ook noodig.
Immers, het is gebleken, dat leeraren die zich niet hadden ingewerkt, de voorstelling niet konden volgen, terwijl leerlingen die dat wèl hadden gedaan, daar zeer goed in slaagden.
Dit is begrijpelijk.
Wij kennen het Grieksch alleen van gezicht, de dichtwerken prenten zich visueel in ons geheugen, en dringen niet verder door dan het intellectueele plan. Als wij deze tragedie's echter hooren, dan krijgen ze voor ons een nieuwe eigenaardige bekoring. Ze worden immers door andere zintuigen overgebracht en wij ervaren hetzelfde in een anderen toonaard.
Maar bovendien geraakt de taal door de opvoering uit het platte vlak, wij zien perspectief, en in de derde dimensie bezien, merken wij aan de tragedie de facetten welke ons vroeger verborgen bleven.
Maar om zoo diep te kunnen doordringen moet men den tekst door en door kennen, en meer nog. Vroeger hoorde men vaak betoogen, dat de leerlingen een opvoering in het Grieksch toch niet zouden begrijpen, maar gelukkig is de onjuistheid van deze veronderstelling in de practijk duidelijk gebleken.

Foto N.V. Vereen. Fotobureaux, A'dam
Teiresias kondigt Oedipus zijn ongeluk aan.
Toch was dit oordeel verklaarbaar aangezien zelfs vele leeraren, die de opvoering van Antigone hadden bijgewoond, niet in staat waren geweest haar te volgen. Men was, de een meer de ander minder, ontmoedigd, maar de opvoering van Oidipoes heeft het vertrouwen hersteld. Na een behoorlijke voorbereiding, waaraan vele rectoren en leeraren van gymnasia van harte hebben medegewerkt, ben ik overtuigd, dat de opvoeringen van Grieksche tragedies in de oorspronkelijke taal, door leeraren en leerlingen niet alleen worden begrepen, maar dat zij hun bovendien nog kunnen geven een waar en edel kunstgenot.
Het algemeen oordeel is dat de geest van het Grieksche tooneel bij de opvoering geheel tot zijn recht kwam. Waaraan schrijft u dit toe?
In de eerste plaats aan de toewijding van spelers, koren en figuranten, die met geestdrift hebben gewerkt, ja zelfs met naijver.
Een treffend voorbeeld bleek uit het verzet van de leerlingen van de klasse A, toen wij een van klasse B. de open plaats van bode moesten laten innemen. En de a.s. medicus van zijn kant maakte er een eerezaak van: hij studeerde zijn rol stevig in en werd een der voortreffelijkste krachten.
Die ijver tot op den naijver toe, komt ook het onderwijs weer ten goede, hij wekt individueele geestdrift en geeft tegelijk de aanmoedigende zelfvoldoening eigen aan collectieven arbeid voor een gemeenschappelijk doel.

Foto N.V. Vereen. Fotobureaux, A'dam
Oedipus beklaagt het toekomstig lot van zijn dochtertjes.
Ook op het karakter van de jongens, die zich voor de eerste maal voor een ernstige taak zagen gesteld, hebben deze opvoeringen een gunstigen invloed.
Dat bleek mij wel het best uit een geestdriftigen brief van den vader van den aanstaanden medicus, die zich niet alleen verrukt toonde over de belangstelling welke bij zijn zoon was gewekt voor het Grieksch, maar ook over het zelfvertrouwen en de vrijmoedigheid welke deze had getoond.
Maar, zeide Dr. Hooykaas, met geestdrift alleen waren wij er niet gekomen: er moest geoefend worden en gerepeteerd.
Er is gewerkt, hard gewerkt.
En misschien zijn het nog niet eens zoo zeer de herhaalde repetities geweest, die onze voorstelling, zooals u zegt, tot een gebeurtenis hebben gemaakt, welke zelfs de kenners van het tooneel onder den indruk bracht en een van Dalsum ontroerde.
Onze gymnasiasten hebben iets in hun spel gelegd, dat de beroepsacteurs moeilijk uit den tekst hadden kunnen halen: den Griekschen geest.
Door veel lezen hebben zij zich daarvan bij intuïtie doordrongen, zij leefden enkele maanden met hun gedachten in een Grieksche wereld, en wat het koele verstand niet kon vatten, dat leerde hun onderbewustzijn uit den vertrouwelijken omgang met den Griekschen geest.
Zoo konden zij zich losmaken van de huidige maatschappij met haar tradities, vooroordeelen en gewoonten, die ons inzicht in de klassieke beschaving vertroebelen.
De Grieksche sfeer, die het gymnasiaal onderwijs hun in vorige jaren verschafte en die zij in het bijzonder zich de laatste maanden indronken, verdrong de moderne mentaliteit vrijwel geheel.
Daardoor werden zij ten laatste in staat gesteld dien avond in den stadsschouwburg van Arnhem als zuivere media ons verloren nuances van de schoonheid van Sophocles' werk te ontdekken, die langs den weg der analyse niet teruggevonden konden worden. De creaties van Royaards en Bouwmeester waren uiteraard voortreffelijk, maar zij hadden daarbij toch het gebrek op-endeop modernistisch te zijn. Dit gevoel ik na onze opvoering van Oidipoes sterker dan ooit te voren.
Ik zou, dat moet u begrijpen, niet willen zeggen dat de Grieksche sfeer geheel en al is weergegeven, maar wel ben ik overtuigd, dat wij ze dichter hebben benaderd.
Echter, wij hebben ons zelf aan eenige ketterijen moeten schuldig maken. Zoo was het natuurlijk onjuist dat het koor van 15 mannen door meisjes werd vervangen, maar Sophocles zelve zou het wellicht wel verontschuldigen in onzen tijd, waarin de vrouw is geëmancipeerd en er op onze gymnasia naast de jongens ook meisjes als leerlingen zitten. Die moeten eveneens haar deel hebben aan dit werk dat in zekeren zin toch altijd als een schoolwerk moet worden beschouwd en in de schooluren werd voorbereid met de geheele klasse, en daarom moesten wij in dit geval van de klassieke traditie afwijken. En verder was daar de muziek. Wij hadden het groote geluk de medewerking te verkrijgen van een kunstenaar als den heer P. van Westrhenen, die bij zijn gaven als scheppend kunstenaar ook nog door zijn groote klassieke éruditie de qualiteiten bezit om hierbij zijn taak voortreffelijk te vervullen.
Ook deze musicoloog, die vlot Grieksche verzen schrijft, en dus nog altijd tot in de sfeer van de Grieksche tragedie gemakkelijker dan anderen vermag door te dringen, leefde zich, voor hij zijn arbeid begon, door zijn studie geheel en al in den geest van ‘den Oidipoes’ in en zette zich daarna aan de compositie van de koren, welke hij schreef in de oude Grieksche maatverdeeling.
Maar ondanks alle talent van den heer van Westrhenen, ondanks zijn onweersprekelijk succes en de vele waardeering die hij ondervond, kan men toch niet meer zeggen, dan dat hij den geest van deze tragedie zoo dicht als mogelijk nabij is gestreefd. Hoe ver de afstand nog is, zal niemand ooit kunnen zeggen, maar wel geloof ik te mogen aannemen dat wij veel dichter bij Sophocles zijn gekomen.
Wij hebben immers nieuwe schoonheden ontdekt.
Hoe is u eigenlijk tot het opvoeren van de Antigone en Oidipoes tragedie's gekomen.
Zooals u weet, is het opvoeren van Grieksche tragedie's geen Nederlandsch monopolie. Naarmate de nieuwere opvattingen omtrent het onderwijs zich baan braken, ging men er overal toe over. Duitschland, Engeland en Amerika kenden reeds lang dergelijke schoolvoorstellingen, die werden gegeven door gymnasiasten en studenten.
En toen wij dan ook bij de opvoering van Oidipoes onze collega's uit de Rijnprovincie uitnoodigden, schreef men ons van het Emmeriksche ‘Staatliches Gymnasium’ terug, dat men gaarne de uitnoodiging zou aannemen, maar dat men er dan op rekende, dat wij tien dagen te voren hunne gasten zouden zijn, om de opvoering bij te wonen van Oidipoes, die daar in het Duitsch zou worden gegeven.
Vooral in Engeland en Amerika leenden de omstandigheden zich beter tot het geven van dergelijke uitvoeringen dan hier. De student leeft daar gebondener en meer in gemeenschap, zoodat de organisatie daar gemakkelijker wordt tot stand gebracht dan bij ons.
En zoo was het mogelijk, dat in Amerika Oidipoes reeds in 1882 door de leerlingen van de Harvard University te Cambridge (U.S.) in het Grieksch werd opgevoerd en niet minder dan zes maal voor volle zalen van meer dan duizend toeschouwers.
Ten onzent heeft Dr. M.B. Mendes da Costa in Dec. 1885, als jongeman nog, een opvoering gegeven met gymnasiasten en studenten.
En onze Nederlandsche regisseurs en tooneelspelers maakten hier verder de Grieksche tragedie populair. Dit heeft natuurlijk voor ons werk groote verdiensten gehad, maar ons doel moet toch blijven opvoeringen voor en door de school
Een zestal jaren geleden nu stelde de jonge G.J. Goedhart, thans een der hoofdredacteuren van De Telegraaf, mij voor samen te werken om een Grieksche tragedie te doen opvoeren.
Ons oog viel op Boutens' overzetting van de Electra.
Maar toen wij de materieele middelen bijeenzochten welke noodig waren om de uitvoering mogelijk te maken, kwamen wij terecht bij Mr. Dr. R.J. de Visser, die zich wel dadelijk zeer ingenomen toonde met ons plan, maar die voor en aleer hij ons met een belangrijke bijdrage wilde steunen een voorwaarde stelde.
De uitvoering zou in het Grieksch moeten geschieden.
Wij zijn er hem nu nog dankbaar voor, want zij bracht ons tot de opvoering in het Grieksch van Antigone, waarbij Goedhart leidde, souffleerde en organiseerde wat en waar hij kon, overal was en alles scheen te doen.
En Antigone wees ons weer den weg voor de opvoering van Oidipoes, waarbij wij profijt konden trekken van hetgeen wij bij onze eerste poging hadden geleerd.
Wij hebben ons beter voorbereid, zoowel de toeschouwers als de uitvoerders.
Meent u, dat deze opvoeringen nog invloed kunnen hebben op de verbetering van ons Nederlandsch tooneel?
In ieder geval hebben zij reeds het bewijs kunnen leveren, dat het tooneel meerdere inspanning van de toeschouwers kan vergen dan gewoonlijk wordt verondersteld.
Trouwens wij volgen in dit opzicht de lijn die door Royaards reeds was aangegeven, en wij helpen een publiek kweeken voor een beter tooneel, dat cultureel bevrediging kan en moet schenken.
In zekeren mate zult u uw arbeid dus tevens willen beschouwen, als een critiek op het tooneel onzer dagen, dat maar al te veel society-stukjes en oude of moderne draken op de planken doet zien.
Het leveren van een critiek heeft zeker niet in onze bedoeling gelegen en ik zou het als een compliment willen beschouwen, dat u ons werk zoo opvat, maar te hard mag men m.i. het moderne tooneel niet beoordeelen. Het wordt uit overwegingen van financieelen aard wel gedwongen te voldoen aan den lagen smaak van het publiek, maar het wil zeker beter. Maar als wij er inderdaad nu een weinig toe hebben medegewerkt om een betere traditie te helpen vestigen bij het publiek dan kan ik daar niet anders dan verheugd om zijn.
En welke waarde hecht u zelve nu aan dergelijke opvoeringen voor de verbreiding van den klassieken geest onder ons volk?
In de eerste plaats kunnen onze gymnasiasten daardoor met de beoefening van de Grieksche taal ook dieper doordringen in den Griekschen geest. Zij zullen een beter inzicht krijgen in hun eigen beschaving als zij die aan de Grieksche kunnen toetsen.
Zij, en door hun woorden en daden ook velen die niet in staat zijn direct met deze beschaving kennis te maken, zullen er duurzame profijten van trekken.
Het zal voor velen ook een tegengift zijn tegen sommige platheden van onzen tijd.
En niet alleen de gymnasiasten maar ook oud-gymnasiasten zijn er door deze opvoering toe gebracht het Grieksch weder te gaan bestudeeren.
Een hoogleeraar in de rechten heeft er zich zelfs een studie van vier maanden voor getroost.
Door de belangstelling, die ik uiteraard het best heb kunnen opmerken en taxeeren, ben ik overtuigd dat een opvoering van een Grieksch treurspel er toe medewerkt om de belangstelling van het geestelijk beschaafde publiek op te frisschen.
En dit is van groot belang nu de nivelleeringszucht van onzen tijd, gepaard aan een te verregaand materialisme en vooral gebrek aan cultureel instinct, leidt tot miskenning van de schatten der oude beschaving. Nú vooral dienen wij de liefde voor het Grieksch zooveel mogelijk aan te kweeken.
Daardoor zal de buitenwereld tevens den indruk verkrijgen, dat deze oude taal zijn bewonderaars en toegewijden bezit.
Vindt u dit niet een propaganda van de beste soort, nu er een strooming bestaat om de gymnasia te doen vervallen? Zoo toonen wij die wereld, die ons meent te kunnen negeeren, dat wij er nog altijd zijn.
En al was dit nu niet mijn doel, ik zie het gaarne als gevolg.
En wat zijn nu uwe plannen?
Die staan niet vast. Wel ben ik overtuigd, dat Oidipoes zoo spoedig mogelijk door een nieuwe opvoering van een Grieksche tragedie in het Grieksch moet worden gevolgd, en het zou m.i. wenschelijk zijn, de tusschenpoozen zoo gering te doen zijn, dat elke gymnasiast, voor hij het gymnasium verlaat, in staat is geweest een uitvoering met kennis des onderscheids te volgen.
Maar ik meen dat nu eens een der andere gymnasia het initiatief moet nemen.
Het wordt te bezwaarlijk als altijd hetzelfde zich daarmede moet belasten. Het gaf ons niet alleen veel werk, maar het is bovendien, daar de klassen niet groot zijn hier, steeds moeilijk om de benoodigde krachten te vinden.
Wel zal ik, als de klassen er zich toe leenen, bij het onderwijs steeds coupures en koren laten uitvoeren, maar verder geloof ik dat het nu beter is maar eens af te wachten of scholen, waar 90 à 100 of meer leerlingen zijn, onze taak zullen overnemen.
En dat het initiatief van anderen kan slagen, bewijzen de vele brieven van instemming, die mij na de opvoering van Oidipoes zijn toegekomen.
Persoonlijk heb ik dus op het oogenblik geen plannen voor de toekomst, maar ik hoop en vertrouw, dat anderen nu plannen zullen maken.
En wij, die van nabij het werk van Dr. Hooykaas en zijn medewerkers hebben kunnen volgen en waardeeren, gelooven, dat onze rectoren en gymnasiasten hem, nu het pionierswerk is verricht, niet in zijn verwachtingen mogen teleurstellen.
A. BESNARD
vorige 
