Drie zelfportretten van schrijvers

BIJ deze drie zelfportretten van beroemde schrijvers is het noodig om te wijzen op het bestaan van een uitstekend werk: ‘Dessins de Littérateurs’, door Edouard Deverin, en uitgegeven bij Jouve & Cie te Parijs. Over de teekeningen van Hugo schreef o.a. de conservator

illustratie
Prosper Merimée
Zelfportret als chinees


van het Museum Hugo, de bekende romancier Raymond Escholier; over de teekeningen van Verlaine en Germain Nouveau vindt men, bij reproducties, eenige mededeelingen in ‘Les Derniers Jours de Paul Verlaine’ door Le Rouge en Casals.

[p. 13]



illustratie
Guillaume Apollinaire
Zelfportret in uniform




illustratie
Zelfportret van Baudelaire

(Mercure de France). Jean Dorsen ne schrijft in ‘L'Art Vivant’ over ‘Dessins de Poètes’.

Onder de jongere schrijvers in Frankrijk zijn er tal met teekentalenten: allereerst de verrukkelijke toovenaar Tristan Klingsor (Leclère). Dan Max Jacob, met zijn circus-doeken, Pierre Mac Orlan, die, evenals Jean Cocteau, een luxe editie van een zijner romans met eigen illustraties uitgaf. Een zelfportret van Apollinaire kan naast een van Carco geplaatst worden.

Als revanche is de groote schilder Vlaminc aan het dichten geslagen.

Ten onzent ken ik, behalve van Looy en van Moerkerken, alleen maar J.W.F. Werumeus Buning, die, helaas slechts in zeer beperkte oplage, een episch-dramatisch gedicht ‘Berijmde Ruzie’ uitgaf, met talrijke en bekoorlijke printverbeeldingen van zijn hand.

J.J.v.V.