Twintig jaren Schlüsselburg
I
EEN vrouw, een der laatste overlevenden van een generatie Russische revolutionairen, die reeds in 1875 aan terroristische aanslagen actieve medewerking verleende, jarenlang in de meest beruchte gevangenissen - de Peter en Paulvesting en de Schlüsselburg - gevangen zat, daarna naar de meest onherbergzame oorden van Siberië verbannen werd - deze vrouw, Wera Vigner, leeft - is even revolutionair als een halve eeuw geleden en werkt ondanks haar hoogen ouderdom even actief mede aan het totstandkomen eener nieuwe samenleving als in haar jeugd. Kunnen we dit leven eigenlijk begrijpen? Kunnen we slechts bij benadering vermoeden wat er in deze thans bejaarde vrouw om moet zijn gegaan toen ze na jarenlange opsluiting en verbanning terugkeerde? Kunnen we slechts vermoeden welke gevoelens haar hebben bezield, toen ze, hare mémoires schrijvende, vrij kon be schikken over de vroegere geheime archieven van de Czaristische Politie - aan de hand hiervan het verleden meer tot nieuw leven kon opwekken en plotseling, na bijna een halve eeuw, ontdekte welke vrienden destijds de Revolutie trouw waren en welke een verradersrol hadden gespeeld?
Wera Vigner woont thans te Moscou in het Huis der vroegere Politieke gevangenen. Ze woont hier met andere bekende revolutionaire figuren van vóór 1917: Leo Deutsch, Aschenbrenner, Frolenka en Bibergall. Vijftig van de achthonderd leden des Moscouer club van vroegere politieke gevangenen waren destijds ter dood veroordeeld en zijn thans nog in leven. De anderen: verbannen voor minstens 10 jaar, meest voor levenslang naar het eiland Sachalin of naar Siberië. Tweeduizend van deze menschen leven nog over Rusland verspreid. Ze zijn hoog in aanzien en een aanbeveling van hen kan in Rusland wonderen verrichten. Duizenden, tienduizenden van deze bannelingen zijn echter nooit teruggekeerd. Niemand weet in welke gevangenissen ze gestorven zijn - in welk gebied ze zijn doodgevroren of verhongerd - niemand weet waar hun lijken liggen. De Club der vroegere politieke gevangenen keert thans aan vele weduwen en weezen dezer omgekomenen een pensioen uit dat tevens aan de invaliede leden der Club - waarvan achttien ouder zijn dan zeventig jaar - wordt uitgekeerd. De kosten hiervoor worden verkregen door het uitgeven van een maandblad: ‘Katorga i Ssilka’ (Tuchthuis en Ballingschap) dat hoofdzakelijk de processtukken en herinneringen der leden bevat, tevens door de uitgave van werken over gevangeniswezen, politie en strafrecht. Onder deze werken - die in het tegenwoordige Rusland een grooten lezerskring vinden - is een der voornaamste een werk van Wera Vigner - de publicatie harer mémoires, waarvan voor eenige maanden een eenigszins bekorte Duitsche uitgave het licht zag (‘Nacht über Russland’, Lebenserinnerungen von Wera Vigner. Malik Verlag Berlin).
Ik heb haar te Moscou - in het huis der Katorgaclub (dat vele schrikwekkende herinneringen aan de Peter en Paulsvesting en andere gevangenissen bevat) - bezocht: een bejaarde doch nog krachtige vrouw van bijna tachtig jaren, ook thans nog even onvermoeid aan den opbouw eener nieuwe maatschappij medewerkend als in den tijd waarop ze in 1886 den aanslag op Alexander II voorbereidde.
II
Wera Vigners mémoires, die in 1922 werden beeindigd, geven niet alleen de meest getrouwe weergave van dit veelbewogen leven - een epos van de standvastigheid der menschelijke ziel als zelden werd geschreven, doch tevens de bijna volledige geschiedenis van de meest belangrijke episode die aan de Russische revolutie voorafging -: de episode van 1875-1883. Wera Vigners leven was onafscheidelijk verbonden met het ontstaan, de daden en den ondergang van de beide revolutionaire organisaties Semlja e Wolja (Land en Vrijheid) en de daaruit voortgekomen partij Narodnaja Wolja (volksvrijheid). Deze organisaties bezaten reeds een uitgewerkt politiek programma. Ze verlangden dat de Czaar afstand zou doen van den troon - wenschte het uitroepen eener republiek Rusland - socialistische organisatie der bedrijven enz.
Tot de middelen, waarmee ze hun doel trachtten te bereiken behoorde, naar men weet, de terreur - het plegen van aanslagen. Ik dien in dit verband een uitspraak van Lenin te citeeren - een ant-
woord op de vraag welke houding de bolchewiki tegen de oude Russische terroristen dienden in te nemen: ‘Wir billigen ihre Methode nicht, aber wir achten diese Genossen hoch wegen ihres Opfermuts und ihre Treue’. (Naar men weet behoorde ook Lenin's oudere broer, Alexander Uljanow, die in 1887 werd opgehangen wegens het voorbereiden van een terroristischen aanslag, tot een vereeniging die als de laatste voortzetting der Narodnaja Wolja moet worden beschouwd).
Zelf schrijft Wera Vigner - inziende dat deze periode, het aanwenden van de terroristische strijdmethode tot het verleden behoort - boven het tweede deel harer herinneringen: ‘... ein Lied von dem, was war, zu Ende ist und nie mehr sein wird’. En op een andere plaats in haar werk lezen we: ‘doch hatte die “Volksfreiheit” das ihrige getan. Sie hatte Russland, jenen unbeweglichen passiven Kolosz, erschüttert. Auch gingen ihre Erfahrungen für die weitere Entwicklung nicht verloren: das Bewusstsein, die politische Freiheit sei unbedingt notwendig blieb den folgenden Generationen eingeprägt, in allen späteren revolutionären Programmen tritt die politische Freiheit als Hauptforderung auf. In ihrem Streben nach einer freien Gesellschaftsordnung war die “Volksfreiheit” der Vortrupp... dieser Vortrupp eilte zumindest um ein Vierteljahrhundert der Gesammtarmee voraus und blieb vereinsamt...’
Samenvattend schrijft ze dan aan het slot van haar werk: Wenn mein Buch auch von der Vergangenheit spricht und nichts Neues in das praktische Leben des gegenwärtigen revolutionären Augenblicks hinein bringt, so wird doch sicherlich der Augenblick kommen, wo es seine Aufgabe erfüllen wird. Wenn auch die Toten nicht zum Leben auferstehen, so stehen doch die Bücher auf.
III
Ook Wera Vigner was als zoovele vooraanstaande Russische revolutionairen - als Lenin en Bakunin - van adel. Ze brengt haar jeugd door op het landgoed van haar ouders. Van haar elfde tot haar zeventiende jaar bezoekt ze een pensionaat te Kasan, waar ze al die jaren de beste leerling is - zoodat ze het pensionaat in 1869 met een gouden medaille verlaat. Reeds in deze tijden vormt zich haar karakter. Wanneer ze op veertienjarigen leeftijd een roman van Spielhagen ‘In Reih und Glied’ gelezen heeft, schrijft ze 's avonds in haar dagboek: ‘dieser Roman stellte zwei Lager scharf und bestimmt einander gegenüber; in dem einen sah ich Ziel, Kämpfe und Leiden - im anderen nur satte Selbstzufriedenheit, Leere und Flittergold’. Over een werk, het gedicht ‘Sascha’ van Nekrassof, schrijft ze in dien zelfden tijd: - ‘dieser Roman lehrte: keine Phrasen machen, sondern seinen Prinzipiën getreu leben, dies von mir selbst, ebenso wie von andern, fordern - wurde zur Lösung meines Lebens’.
In 1870 trouwt ze een student in de rechten Filippon en bezoekt samen met haar man de universiteit te Kasan. Wanneer daar echter een professor door de regeering verbannen wordt verlaat ze bijwijze van protest de universiteit en gaat met haar man te Zürich medicijnen studeeren. Hier komt ze met andere revolutionaire studenten in aanraking. Spoedig, vóór hun studie ten einde is, vertrekt ze naar Rusland. Ze is er op het platte land als verpleegster en vroedvrouw werkzaam - voelt echter hoe weinig geneesmiddelen, poeders en zalfjes helpen wanneer het er op aankomt dezen grooten nood - deze armoede - uit den weg te ruimen. ‘Wo ist ein Ende dieser Not? Welch eine Heuchelei waren all diese Arzneien’ - lezen we telkens in deze herinneringen. Ze ziet in, dat óók wanneer het mogelijk was al de patienten, die bij haar een toevlucht zoeken - deze boeren die ze om zich heen ziet sterven - aan rhachitis, tuberculose, syphilis en uitputting - te helpen, zelfs dan deze hulp slechts tijdelijk zou zijn. Deze menschen sleepten een armoede - een uitputting van honderden jaren met zich en moesten ànders geholpen worden. Ze blijft echter op haar post, helpt waar ze kan, is dag en nacht bezig met de verpleging harer zieken. De pope en dorpsnotabelen probeeren haar weg te krijgen. De regeering te Petersburg is eveneens van meening dat de aanwezigheid van gestudeerde vrouwen op het platteland even gevaarlijk is als wanneer men een brandende lont boven een vat buskruit zou houden. Wera Vigner en haar vrienden worden dan ook - hiertoe genoodzaakt door talrijke chicanes van de geestelijkheid en plaatselijke autoriteiten - gedwongen om het platteland te verlaten. Deze maanden laten echter een onuitwischbaren indruk bij haar achter. Ze is thans vastbesloten: ‘haben alle Mittel sich als fruchtlos erwiesen, dan bleibt nur die nackte Gewalt: Dolch, Revolver und Dynamiet’. Met haar vrienden probeert ze thans aanslagen tegen den Czaar en verschillende Ministers voor te bereiden.
Men heeft in West-Europa deze menschen Nihilisten genoemd en de legende verspreid als zouden zij zich temidden van vaten dynamiet het meest op hun gemak gevoelen. Niets is natuurlijk minder waar. Deze terroristen waren misschien de laatste geloovigen van West-Europa - sterk in hun overtuiging, menschen die geen gevaar schuwden wanneer het het realiseeren van hun idealen betrof. Maandenlang heeft Wera Vigner doorgebracht als winkelierster in een kleinen kaaswinkel te Petersburg enkel en alleen om een onderaardsche gang voor te bereiden waarin dynamiet zou worden ge-
borgen dat ontploffen zou wanneer de Czaar de straat passeerde. 1 Maart 1881 - de dag waarop de aanslag was bepaald - ging de Czaar echter een anderen weg, doch ook hiervoor waren maatregelen getroffen. Een vriendin van Wera Vigner, S.L. Perowskaja, houdt de wacht: deze rit zou zijn

Wera Vigner
laatste zijn. Men moet in deze herinneringen de karakteristieken die Wera Vigner van hare vrienden geeft, lezen. Men leze hetgeen ze schrijft over Netschajef - Bakunin's ‘mauvais génie’, over wiens laatste levensjaar dit boek vele nog geheel onbekende historische bizonderheden mededeelt. Men leze hoe deze onverbiddelijke revolutionair jarenlang aan handen en voeten met zware kettingen gebonden in de Peter en Paulvesting doorbracht, dag en nacht zijn naaste omgeving bestudeerde en alle soldaten - het geheele regiment dat hem bewaakte - zóó wist te beïnvloeden, dat men zelfs jaren na zijn dood nooit zijn naam dorst noemen doch steeds sprak van no 5. Een andere vriend van Wera Vigner is eenige uren voor den aanslag op Alexander II rustig bezig eenige sneden brood met worst te verorberen: ‘da er zur Erfüllung seiner Aufgaben all seine Kräfte brauche’. Daar is haar vriendin Ludmilla Wolkenstein, die reeds wanneer Wera gevangen genomen wordt tien jaren in de gevangenis heeft doorgebracht. Men leze in deze mémoires hoe de gevangenen onderling hebben besloten een bepaald officier, die de gevangenis komt inspecteeren, te saboteeren. Deze bezoekt ook Ludmilla Wolkenstein, die jarenlang van haar naaste familieleden niets vernam - niet eens weet of deze nog niet gestorven zijn.
‘Je moeder...’ begint de officier wanneer hij haar cel binnenkomt. Terstond onderbreekt ze hem echter: ‘Van U wil ik niets hooren - zelfs over mijn Moeder niet’.
We lezen het levensrelaas van die andere terroriste Sofia Perowskaja, eveneens van adellijke afkomst - een figuur van een zuiverheid en reinheid zooals we deze in de geschiedenis slechts zelden ontmoeten - een kind nog, dat echter onverbiddelijk was in haar actie, ter dood gebracht werd en het schavot moest bestijgen met op de borst een papier: ‘keizermoordenares’. Wanneer men haar in den nacht uit de gevangenis naar de plaats der terechtstelling brengt en ze langs de corridors waarop de cellen der medegevangenen uitkomen wordt geleid, is haar laatste kreet: ‘vrienden, denkt om de kleine Wera’. Na den aanslag op den Czaar werden alle Narodowoltzi in hechtenis genomen. Alleen Wera Vigner weet steeds aan de handen der politie te ontkomen. Zij leidt de organisatie verder, werft nieuwe leden, propageert telkens weer opnieuw de leer van het terrorisme. Ze ziet hoe haar vrienden in de gevangenissen en Siberië sterven, doch aarzelt geen oogenblik. Na tien jaren stort de organisatie echter ineen. Ook Wera Vigner wordt gearresteerd. De vrienden ontmoeten elkaar thans in den Schlüsselburg, waarin nu allen zijn opgesloten.
Wera Vigner bleef hier twintig jaar. Enkelen werden ter dood gebracht - anderen wierpen den inhoud der petroleumlamp over hun eigen lichaam en doodden zich zoo vrijwillig - drie werden krankzinnig. Het waren er vierentwintig in het begin - na twintig jaren zijn er nog acht overgebleven. En Wera Vigner? ‘Krankheit, Wahnsinn und Tod besiegen... Zehn Jahre suchte ich zu vergessen... Es starb der Schmerz ab - mit ihm die Liebe. Der Schnee fiel - ein weiszes Gewand überzog die Vergangenheit. Und ich? Ich blieb am Leben und ward gesund’. Van hevige conflicten vertelt dit boek tusschen de beambten der gevangenis en de politieke gevangenen - gevechten die gevoerd werden met een onverbiddelijkheid en solidariteit van de zijde der gevangenen die nergens haar weerga vond. Wordt een der gevangenen slechter behandeld dan de anderen, dan begint men een hongerstaking, tot de directeur eindelijk tot toegeven gedwongen wordt. Wanneer Wera Vigner den Schlüsselburg binnenkomt zegt de gouverneur der gevangenis Orschewski haar: ‘von hier geht man nicht hinaus, von hier wird man hinausgetragen’ - een uitspraak die men thans lezen kan boven de ingang van de zaal in de Katorgaclub, waar herinneringen aan den Schlüsselburg bewaard worden. Degene die belangstelt in deze feiten, kan in deze mémoires nagaan hoe Wera Vigner (die deze herinneringen immers ophaalde aan de hand van de processtukken uit de geheime Archieven) ontdekte dat een der vrienden - Olkadski - die bij de aanslagen in 1886 een groote rol had gespeeld, een verrader was, die langer dan
een menschenleeftijd informaties aan de Oekrana, de Geheime Keizerlijke Politie, had geleverd, waardoor hij vele zijner vrienden verraden had en doen terechtstellen - talrijke andere aan de steppen van Siberië had prijsgegeven (Okladski is op grond hiervan door de Sovjetregeering tot een gevangenisstraf van vijf jaren veroordeeld, die hij thans afzit in de Lefortowo-gevangenis te Moscou).
Men leze vooral het slot van deze mémoires, waar Wera Vigner mededeelt hoe het haar te moede was toen ze na een opsluiting van twintig jaar den Schlüsselburg kon verlaten.
Plotseling noemt de gevangenisportier haar ‘Wera Nikolajewna’. In twintig jaren heeft ze dezen naam niet meer vernomen. Twintig jaren was ze slechts een nummer: no. 11. Wanneer ze in 1904 in vrijheid gesteld wordt kan ze dit gewone leven niet meer verdragen. In November 1906 gaat ze, na eerst nog twee jaren in Archangel in ballingschap te hebben doorgebracht, naar het buitenland. Zoodra ze in het buitenland is sluit ze zich aan bij de partij der Sociaal-Revolutionairen. Spoedig moet ze echter elken politieken arbeid er aan geven. Ze is na 22 jaren afwezigheid niet in staat om, zoo maar ineens, de evolutie der verschillende partijen, die in die jaren heeft plaats gevonden, te begrijpen. Ze voelt zich vreemd, doch richt een comité op om de tot dwangarbeid veroordeelde Russische politieke gevangenen te steunen. Jarenlang ageert ze in het buitenland tegen de wreedheid der Russische gevangenissen. Ze verzamelt 100 000 francs, tot de Russische regeering aan deze actie een einde maakt door het zenden van geld naar de gevangenen te verbieden.
Terstond wanneer de oorlog uitbreekt keert ze naar Rusland terug, doch wordt reeds bij de grens gearresteerd. Men heeft haar nog niet vergeten. Bij het uitbreken der Februari-revolutie herkrijgt ze haar volledige vrijheid. Ze woont thans in het huis der Katorgaclub, en is tevens directrice van het Kropoklin-museum.
* * *
Het boek van Wera Vigner is het boek der Russische Revolutie. Wanneer men de meeste werken die de laatste jaren over Rusland en de Revolutie geschreven zijn zelfs in de musea tevergeefs zoeken zal, zal dit boek overal te vinden zijn waar men in een Toekomst gelooft. Er is in dit geheele werk van meer dan vierhonderd pagina's geen enkel pathetisch woord te vinden. Hier is een zakelijkheid, die tegelijkertijd ‘eine Sachlichkeit der Seele’ is, welke men terecht eens het criterium van ware grootheid heeft genoemd. En niet het minst om deze laatste eigenschap zal het boek van Wera Vigner het klassieke boek der Russische Revolutie blijven.
NICO ROST
vorige 
