Het Nederlandsche ex-libris

V Levensverfraaiïng

NAAR uit verschillende symptomen bleek is de liefde voor het ex-libris weder ontwaakt; moge dit een gunstig teeken zijn voor eene toenemende waardeering van het schoone boek. Velen kwamen er den laatsten tijd toe, om van deze intiem-aansprekende eigendomsmerken eene verzameling aan te leggen, waartoe ongetwijfeld de in den afgeloopen winter hier en daar gepubliceerde opstellen zullen hebben bijgedragen. Het verheugt ons daarom, met de behandeling te zijn aangeland bij een deel, dat meer in het bijzonder de schoonheid van deze sierkunst, in haar velerlei gestalten, zal aantoonen. Deze taak is onbegrensd. Wederom vragen we ons af: hoe kon dit domein zoo lang braak liggen? Het is een niet voetstoots af te bakenen terrein, waarvoor we ons bevinden, en wekt juist dit niet een idee van kleurige perspectieven?

Men bedenke toch, dat het ex-libris, althans in ons land, geen handelsobject is. Dit behoedt het weliswaar voor profaneering, doch onbekendheid van veel nobele stukken is tevens het onvermijdelijk gevolg. De snuffelaar staat dan ook menigmaal voor verrassingen. Als product van een grafisch kunstenaar verdient het echter evenzeer de aandacht als zijn overige werken, en het is om deze reden, dat wij populariseering bevorderen op beperkte schaal, in behoorlijk cachet. Het ontbreken van een normatieve wetenschap op dit gebied moet wellicht grootendeels worden toegeschreven aan de beunhazerij, het verregaande dilettantisme, dat de waarde van het geheel op hatelijke wijze drukt.

De scheppingen beschouwend van knappe grafici valt in het boekmerk onmiskenbaar het individueele stijl-karakter op, dat hun geheele oeuvre teekent. Dit is trouwens logisch. Ook in deze uitingen van kunstzin rijst toch de schoonheid als symbool, ook hier wordt de mogelijkheid bereikt, om een verscheidenheid van vormen op te roepen, om epische, lyrische of dramatische verbeelding te bewonderen. Klassieke, romantische of symbolische stijl kan hier evengoed worden onderkend als in de ontwerpen van grootscher gebaar, die van bouwkunst, schilderkunst, beeldhouwkunst.

De behoefte, om een ex-libris te voeren, is in het eene geval even begrijpelijk, als in het andere geval hare afwezigheid verklaarbaar is. De mensch, die vervuld is van eene nimmer aflatende hunkering naar vergankelijk geneugte, het tijdelijk streelende, moet wel in een bui van bedachtzaamheid verbijsterd zijn over de vluchtigheid van zijn bestaan. Wie de ledigheid poogt te verdrijven met luchthartigheid, bouwt de cel van zijn eenzaamheid naar alle zijden uit.

Hij, die geestelijke waarden beoogt, is zich die vluchtigheid in den geest bewust. Hij gevoelt zich deel van het begin- en eindlooze leven, de eeuwigheid. Zijn psychische toestand spiegelt zich af in zijn streven. Mint hij de schoonheid, dan ontwikkelde zich nog onmerkbaar zijn aesthetisch bewustzijn, dat hem voert tot zaken van fijne makelij. Mooie dingen, uit hoogen geest geboren, waaraan, buiten den vorm, alle tijdelijkheid en vluchtigheid vreemd zijn, stukken, waarin het licht trilt in al zijne nuances, van de roomlichte tinten van den dag tot de diepblauwe glans-meren van den nacht. Deze houding helpt mede om het leven te styleeren, te encadreeren.

Tot zulk eene levensverfraaiïng draagt zeker niet in de laatste plaats ook het ex-libris bij, niet alleen als artistiek verschijnsel, doch voornamelijk als onderdeel van een voorwerp, dat eveneens voor een bestaan van onbeperkten duur wordt voortgebracht: het reeds eeuwenlang beminde boek. Een ex-libris moet die bestemming bekrachtigen als een zegel van schoonheid en persoonlijke voorkeur, als een sierlijk waarmerk van een menigmaal zoo dierbaar eigendom. Een mooi boek biedt verwantschap aan edele menschelijkheid.



illustratie
Afbeelding no. 1

Dat ook thans vele kunstenaars van naam zich met het ontwerpen van boekmerken bezighouden, sterkt ons in het streven, om aan deze rijkelijk levende stof algemeene bekendheid te geven. Dit sluit evenwel geenszins tevredenheid in. Het aantal opdrachten kon grooter zijn en meer aan in waarheid bevoegden worden verleend.

Voorshands echter bezitten wij genoeg belangrijk en weinig bekend werk, om in deze kolommen te bespreken. Daar is Chris Lebeau, de veelzijdige, van alle artistieke

[p. 108]



illustratie
Afbeelding no. 2

markten thuis. Met wat al technieken is deze knappe kunstenaar vertrouwd! Niets is hem, den rusteloozen werker, vreemd. In elke richting boogt hij op voorname resultaten, zoo met lithografeeren als met teekenen, batikken, houtsnijden en nog veel meer.

Vindt u het ontwerpen van ex-libris prettig? vroegen wij hem, nadat hij een pittige verklaring had gegeven van een door hem in hout gesneden boekmerk. Ik vind alles prettig, was het resolute antwoord, en als om te accentueeren, dat hij geen phrase uitte, herhaalde hij, wederom positief: ik vind álles prettig.

Ziet, dit teekent dezen begaafde. Hij wijdt zich aan alles met buitengewone ambitie, die wel uit een onuitputtelijke bron van kunstliefde en edele energie moet voortvloeien. Maar bovenal verheugde het ons, dat hij het voortbrengen van een ex-libris in geenen deele achterstelde in belangrijkheid bij zijn andere scheppingen. En hij verklaarde ook ter dege te rade te gaan naar den persoon, voor wien het is bestemd.

Velen kennen zijn litho's, zijn damast-ontwerpen, zijn fameuze glaswerk, weinigen zijn in hout gestoken exlibris. Bij aandachtige beschouwing treft het, dat het lyrisch-symbolische motief, veelal van wijde strekking, in een klein bestek voorbeeldig is in toom gehouden, dank zij een rustige, beheerscht-afgewogen compositie. Sommige projecten zouden dan ook evengoed in grooter formaat eene passende voldoening schenken.

Eenige toelichting zal de beteekenis van dit werk sterker doen uitkomen. In het ex-libris voor den heer A.F. Mirande is een docent weergegeven als reactie op het ambt van den eigenaar (afb. 1). De kaars van het heden en die van het verleden worden met elkaar in verband gebracht door het boek, waaruit een vlammetje stijgt. De oogen zijn, als zinnebeeld van de wijsheid, naar de uil-idee gestyleerd.



illustratie
Afbeelding no. 3

Het boekmerk voor Dr. Tuyt biedt veel diepzinnigheid (afb. 2). Het is medisch-psychiatrisch van aard. De voorstelling toont het rustige gelaat van een zielkundig dokter, die door leed en ervaring tot klaarheid en evenwichtigheid kwam. De vlam in den baard duidt op het nog brandende levensvuur in de rijpheid der jaren. De geneesheer houdt zijn patiënt den medischen spiegel voor, gevormd door een bekerhandvat, waarboven een kronkelende slang een lijst vormt. En de patiënt ontwaart zijn onevenwichtig en verwrongen beeld; zijn brein is beneveld door het gif van de slang, de geslachtsdrift. De opgeheven hand, waarin de lijnen des levens, van het gevoel en den kunstzin zijn aangegeven, roept hem een halt toe en wijst naar boven, op de mogelijkheid tot vergeestelijking der lagere driften. De hoekvullende zinnebeelden duiden op eene verhouding tot de levensvraagstukken, welke moeten worden opgelost en overwonnen, en wel glimlachend (de maan), ironisch (mephisto) en schouwend (de wijsgeer). Afb. 3 geeft een acteurs-exlibris; de maskers zijn hier vitaler dan in dergelijke boekmerken, vooral bij buitenlandsche, gewoonlijk het geval is.

Van buitengewone beteekenis is het ex-libris met eene joodsche voorstelling (afb. 4). Op den voorgrond de zevenarmige luchter, de maccabaeënlamp, die het licht des levens uitstraalt; aan den voet het davidskruis. De beide figuren stellen het wederzijdsche vertrouwen voor, uitgebeeld door het in de hand geheven hart. En op den achtergrond, lichtend-imposant, rijst een klare stad als zonnig symbool van Palestina's opbouw en het omhoog streven van het leven. Jeruzalem..., naam vol sonoren, historischen klank.

In al deze stukken treft naast vindingrijkheid het gracieuse gebaar, het superieure gemak, waarmee Lebeau een moeilijke opgaaf tot in de uiterste gevolgen afwerkt. Hij is niet alleen de vaardige en gevoelvolle kunstenaar, maar

[p. 109]



illustratie
Afbeelding no. 4

ook de schepper van verbeeldingen in beproefde thema's, die aan het denken en mijmeren brengen. Zijn figuren vergroeiden nimmer tot zielloos-gestolde vormen, doch vertoonen iets verhevens en zijn vol beweging, van een vaak eleganten zwier.

De exlibris-ontwerpen van de grafische kunstenares R.M. Wichers Wierdsma geven een gansch ander accent. Door een sterk rhythme gedragen spreekt ook hier een persoonlijk karakter, waaraan passie voor de kunst niet vreemd is. Kunst, begrepen als door menscheziel in vorm of kleur verhoogde realiteit, verinnigd, versterkt, verdroomd. Zij brak met vrijwel alle afgesleten tradities en bracht nieuwe constante waarden, in gedurfden vorm, met kloeken inslag. Voor dit markante werk bestond geen prototype.

Het ware belangwekkend om na te gaan, in welken zin de nieuwe richtingen op de verschillende kunstterreinen zich onderling tot elkander verhouden. Waarom kant men zich vaak zoo blindelings tegen het nieuwe, dat finaal immers zegeviert, zij het in gezuiverd tempo? Weerbarstig is bijna ieder, waar het gaat om de belijdenis van een nieuwe leer. Het is de haast niet te verbreken liefde, welke elk menschenhart van nature kluistert aan het verleden. Wie de symphonieën van Beethoven of de fuga's van Bach voor het eerst verneemt, wordt slechts op enkele punten door ontroering gegrepen. Het bij herhaling aanhooren wekt telkens nieuwe emoties en openbaringen, totdat een aangrijpende innigheid zich met gesloten armen in het moeizaam gewonnen harte neerlegt om dit niet meer te verlaten. Leeren we geleidelijk niet vaak de volle schoonheid genieten van doeken als die van Rembrandt, ja van een door kunstenaarshand opgeroepen portret, van een gedicht, van een gebouw?

De vernieuwers van de kunst, die in elk geslacht optreden, hebben met deze stroefheid te kampen. En dit is goed; het staalt hunne krachten. Maar dan is Mej. Wichers Wierdsma toch wel een gelukkig pionierster. Haar exlibrisoeuvre

illustratie
Afbeelding no. 5



illustratie
Afbeelding no. 6

is reeds thans het meest omvangrijke van wat wellicht ooit door een Hollandsch kunstenaar in dit opzicht is gepraesteerd, en geregeld gaat ze voort met het teekenen van haar sterk gescandeerde boekmerken, in telkens wisselend formaat, opvallend door opmerkelijke vondsten en altoos getooid door letters, waaraan de liefde voor mooie vormen zichtbaar is.

Soms vertoont haar werk iets ongebreideld-architecturaals. Indien zij zich tot de architectuur hadde gewend, zoude zij zeker tot de meest moderne baanbrekende geesten hebben behoord. Hierbij geven we iets van haar nieuwste stukken. Het wapen-exlibris is een fijnzinnig teeken van geserreerde hoofschheid (afb. 5). Er is een zachte spiegeling tusschen wit en zwart, waaraan de letters statig-rustig deelnemen. De schoone letter met haar ornamentale kracht is vooral ook voor het boekmerk een voorname factor; zij is een wijding voor het geheel, een lust voor de oogen.

Het verwondert dan ook niet, dat deze artieste een zuiver typografisch ex-libris schiep (afb. 6). Het door zwart getemperde kader brengt den warmen bloei van een rhythmisch-opgesteld letter-eskadron. Roept dit stuk u niet in de ooren het welluidend rinkinken van kristallijnen kelken? Zulk werk is een weldaad; het is een genot voor schoonheidsminnenden en heerlijk studiemateriaal voor beginnenden. Het bezit de praedestinatie om school te maken.

JOHAN SCHWENCKE

[p. 110]

N.B. 1. Voor alle afbeeldingen mocht worden gebruik gemaakt van de oorspronkelijke houtblokjes en cliché's.
2. Na onze vorige vermeldingen gaven zich nog als ruilgierig verzamelaar op:
C.J.J.G. Vosmaer, Rapenburg 83, Leiden.
G.E. Windemuller, arts, Vaassen.