Brief uit Italië
Terugblik en Rectificatie.
Men heeft mij soms verweten, dat ik in mijn artikelen te veel namen noemde. - Het verwijt is juist; ik heb den laatsten tijd daarom getracht mij bij het noemen van nieuwe namen zooveel mogelijk te beperken. - Waar ik echter den buitenlandschen lezer moet inlichten over de verschillende kleine wederwaardigheden van het litterair leven in Italië, ben ik uit den aard der zaak genoodzaakt om meer namen te noemen, dan wanneer ik een beschouwing zou schrijven over een litterair onderwerp. -
Ditmaal bijvoorbeeld dwingt mij de keuze van het onderwerp om zeer vele namen te noemen; dit geschiedt echter alleen in de hoop dat gij, o lezer, de namen der verschillende schrijvers alleen daarom zult lezen en trachten te onthouden, om naderhand hun boeken te kunnen lezen. - Ongeveer twee en een half jaar geleden heb ik in dit zelfde blad een informatief artikel geschreven over de ‘Herleving der Italiaansche Letterkunde’. - Nu ik dat artikel voor mij heb zie ik, dat het niet overbodig is op dat alles terug te komen. - Daar zijn vele namen genoemd; enkele hadden, achteraf beschouwd, wel achterwege kunnen blijven, andere, die ontbreken, hadden in dit verband noodzakelijk moeten worden genoemd. - Hij die, belang stellend in onze jongste litteratuur, de artikelen die ik in deze twee en een half jaar hier en elders publiceerde, gelezen heeft, heeft zelf de noodige correcties kunnen aanbrengen, maar desniettegenstaande is het misschien niet overbodig dat ik het verleden nog eens bezie voor ik over heden en toekomst ga spreken. -
Terwijl dus in dat artikel de namen van Basile en Brocchi zijn te lezen, die vrijwel niets met litteratuur te maken hebben, wordt zoowel aan Zuccoli als aan Beltramelli, Gotta en Govoni een te groote plaats ingeruimd. -
De dichter Govoni, die met een goeden roman begonnen was, heeft zich daarna verloren in een labyrinth van lijvige romans waarin hij zich telkens herhaalt zonder ooit tot zichzelven te komen. -
Salvator Gotta heeft zijn hoogtepunt bereikt met ‘La Donna Mia’, hij gaat thans voort te schrijven aan zijn cyclus ‘I Vela’ maar vervalt telkens in herhalingen zonder zich te kunnen vernieuwen. -
Van Saponaro heb ik te veel gezegd, zijn laatste roman
‘L'Adolescenza’ is voortreffelijk, maar het is tevens een samenvatting van al zijn vorig werk en het blijkt toch duidelijk dat hij nooit de hoogten van een Verga zal kunnen bereiken, evenmin als zijn vriend Puccini, die met hem tot de besten zijner generatie behoort. - Ook Lipparini heb ik te veel geprezen; zijn ‘Osteria dalle Tre Gore’ blijft een meesterwerkje dat ik allen ter lezing aanbeveel, maar al zijn werk, zelfs ‘Le Fantasie della Giovine Aurora’ staat ver beneden dat peil. -
Veel erger is echter dat zoowel Panzini als Brunati, Bontem pelli als Calzini, Bernasconi als Pea geheel ontbreken. - Zij zijn toch zes van de meest representatieve figuren van een litterair tijdvak dat, na den oorlog begonnen, zich thans met het begin van een nieuwe kwart eeuw gaat afsluiten, terwijl men, afgezien van Berna sconi die één voortreffelijk boek geschreven heeft, nu twintig jaren geleden, en naar alle waarschijnlijkheid niet meer schrijven zal, van alle anderen nog veel kan verwachten en ze terecht onder de beste schrijvers van het oogenblik beschouwen kan. -
Daar ik bij het laatste werk van alle zes elders uitvoerig heb stil gestaan volsta ik hier met het noemen van hun namen die vroeger onbegrijpelijkerwijze achterwege zijn gebleven. -
De Nieuwe Generatie.
Nu wij het tweede kwart van deze zooveel gesmade twintigste eeuw zijn ingegaan kunnen wij de bovengenoemde schrijvers niet meer tot de jongeren rekenen; zij hebben reeds getoond tot wat zij in staat zijn en wij weten ongeveer wat wij van hen kunnen verwachten: hun persoonlijkheid staat duidelijk voor ons, ook al kunnen wij nog geen definitief oordeel over hen vellen. -
Naast hen zien wij thans een nieuwe generatie opkomen die enkelen hunner in veel opzichten als leermeester erkent, maar die zich toch, zij het niet vijandig, van hen afkeert om een nieuwe oriënteering te zoeken. Van deze nieuwe generatie heb ik twee-en-een-half-jaar geleden slechts één genoemd, Roberto Palmarocchi. - Hij heeft na zijn ‘I Castelli delle Carte’ niets meer uitgegeven. Dat moet ons niet te zeer verwonderen; een van de karakteristieken van de nieuwe generatie is juist een diepere ernst, een grootere bezonkenheid, die vanzelf leidt tot een zekere bedachtzaamheid bij het publiceeren van hun werk. -
Deze bedachtzaamheid, die maakt dat zij betrekkelijk weinig uitgeven, heeft niets te maken met de onvruchtbaarheid der frammentisten, met de impotentie der groote schrijvers die niet schrijven. - Integendeel: de jongeren zijn er van overtuigd dat niet alleen de vorm verzorgd moet zijn maar ook de inhoud. - ‘Een roman moet een roman zijn’ kan men tegenwoordig in bijna alle letterkundige tijdschriften lezen; daar moet een handeling zijn en er moeten karakters beschreven worden, een vage verhandeling of een persoonlijke uitweiding is geen roman. -
Zoo'n boek echter kan men niet ieder jaar schrijven, liefst twee in het jaar zooals sommigen vroeger deden; zulk een werk waar men iets van eigen persoonlijkheid in wil leggen vereischt tijd en aandacht, maar een van zulke boeken is meer waard dan tien van de romans die wij gewoon waren op onze tafel te krijgen. -
Een andere eigenschap der jongeren is een betere kennis van en een juistere kijk op hetgeen er in het buitenland wordt gepubliceerd. - Alles wat uit Frankrijk komt wordt niet zoomaar klakkeloos bewonderd en nageaapt. -
Men tracht zich los te rukken van de provinciale sfeer die onze letterkunde langzamerhand dreigde te verstikken, om het moderne leven en vooral het moderne geestesleven in hun werken een uitdrukking te geven. -
Terwijl tenslotte bij de nieuwe generatie een grootere verscheidenheid is tusschen de verschillende schrijvers dan vroeger het geval was. -
Hun namen? - Ik heb er hier drie-en-twintig voor mij, romanciers, novellenschrijvers, dramaturgen, critici, dichters; ik zal ze u niet allen noemen, toch is de keuze moeilijk. - Ik herinner hier nogmaals aan Alessandro de Stefani, roman- en tooneelschrijver van groote capaciteiten; ‘Malati di Passione’ is als roman zijn beste werk; aan Alberto Savinio, een onrustigen hypermodernen geest; aan den zeer fijnen tooneelschrijver Cesare Lodovici; aan Raffaello Franchi, den schrijver van ‘Pocaterra’; aan de critici Giuseppe Titta Rosa e Angioletti, van wier verhalend proza men veel kan verwachten; de anderen... komen later. - De voornemens zijn goed, de krachten waarover men kan beschikken zijn voortreffelijk; als men nu het vermogen heeft om door te zetten zal de jongere generatie Italië ook als letterkundigen factor in Europa mee laten spreken.
GIACOMINO ANTONINI
vorige 
