Fransche letteren

Paul Claudel

BIJ de Nouvelle Revue Française verscheen een bloemlezing die een vrij volledig overzicht geeft van het reeds aanzienlijk oeuvre van den grooten, soms meesterlijken en vaak zoo moeilijk te begrijpen auteur die de heer Paul Claudel is. Aan deze bloemlezing gaat een korte biografie vooraf die, zoo zij niet van de hand van den heer Claudel zelf is, toch blijkbaar door hem is geïnspireerd.

 

Men weet dat de heer Paul Claudel een vooraanstaand Fransch diplomaat is, juist benoemd op den hoogst belangrijken gezantschapspost te Washington. Het is vooral op zijn diplomatieke carrière dat in de inleidende nota de aandacht wordt gevestigd, en deze bijzonderheid heeft haar eigenaardige beteekenis. Zij wijst er in de eerste plaats op, dat de schrijver van l'Annonce faite à Marie niet wenscht door te gaan voor een gewonen homme de lettres, noch wil aangezien worden enkel als een kunstenaar, maar als een burger die in de maatschappij in den dienst van zijn land eene door hem nuttig geachte plaats inneemt. In verband met de generatie waartoe de heer Claudel behoort, is deze houding - juist omdat zij bij zijne tijdgenooten en geestverwanten slechts bij hooge uitzondering voorkomt - om hare openhartigheid en gezonde opvatting zeer lofwaardig. Zij geeft tevens aanleiding tot het maken van eenige interessante opmerkingen. Zij stelt namelijk, op zeer typische wijze, het dualisme van dezen schrijver in het licht. Zij toont hoe zich in een enkel persoon vereenigen kunnen twee zoozeer uiteenloopende personaliteiten als die van den actieven diplomaat, die de meest practische van alle wetenschappen, de politiek, met eere en succes beoefent, en die van den uitbundigen lyricus, die in de hoogste regionen, waar enkel profeten vertoeven, verkeert. De eigenaardigheid ligt niet in het samengaan dezer dubbele bedrijvigheid die meermalen voorkomt (Chateaubriand, Lamartine, Benjamin Constant, zijn hiervan bekende voorbeelden), maar in den geest en den vorm van zijn litterairen arbeid vergeleken bij zijn politieke werkzaamheid.

 

Een volledige ontleding van het werk van den auteur van l'Otage zou een uitgebreide studie vergen. Ik wil

[p. 39]

hier enkel wijzen op het feit dat de vreemdheid van bedoeld dualisme zeer goed wordt gekarakteriseerd door den persoon dien de heer Claudel zich tot meester heeft gekozen. Hij erkent als meester een der meest schitterende, maar op geestelijk gebied een der meest anarchistische geesten der negentiende eeuw, met name den dichter Arthur Rimbaud. Dit is des te vreemder daar de heer Claudel onder de hedendaagsche schrijvers een der weinigen is, die, zooniet in gansch een werk, dan toch in sommige fragmenten, de zuiver-klassieke kunstopvatting benadert. De oorzaak van deze afwijking is niet zoo gemakkelijk te ontdekken. Misschien kan eene poging om den geest van zijn werk te verklaren, zooals die duidelijk - ofschoon onvolledig - uit de thans verzamelde fragmenten spreekt, die moeilijke vraag eenigszins toelichten. Het werk van den heer P. Claudel bestaat uit tooneelstukken, gedichten en philosophische overwegingen. In deze diverse genres ontmoeten wij zeer mooie, en zelfs buitengewone werken, naast andere waarvan wij noch den verborgen zin, noch de geheimzinnige beeldspraak begrijpen. Dit is vooral het geval in zijn eerste tooneelstukken Tête d'Or en La Ville. Daartegenover staan tooneelwerken als L'Annonce faite à Marie, dat ettelijke malen werd opgevoerd en wel het meest bekende werk van dezen auteur zal zijn. Ook zijne gedichten zou men aldus in twee categoriën kunnen schikken.

In gansch het werk van den heer Claudel - en dat is een eerste punt dat hij met de klassieken gemeen heeft - is de mensch het centrum, en al zijne boeken zijn niets anders dan een commentaar van den eeuwigen strijd tusschen de menschelijke ziel en de natuur. Het is een confrontatie van twee machten, en men moet dadelijk opmerken dat de auteur de macht van de natuur geenszins onderschat. Er is wellicht geen tweede moderne dichter die een beeld van de natuur gegeven heeft, zoo volledig en zoo treffend als de heer Claudel. Zijne visie heeft soms eene bijbelsche grootheid, en meermalen treffen wij in zijn werk een beeldspraak aan, welke aan die van sommige oude profeten herinnert. Deze dichter leeft waarlijk met en in de natuur met een zichtbaren wellust. Maar deze wellust blijft gezond. Nooit vervalt deze dichter tot de dwaling der romantici, nooit leent hij aan de natuur de stem zijner onrust of onvoldaanheid. Ik geloof niet dat men bij andere dichters uit de verleden eeuw, behalve bij Maurice de Guérin, een dergelijke houding tegenover de natuur aantreft. Meermalen heeft men dan ook, naar aanleiding van Claudel's werk, van pantheïsme gesproken.

 

Men zou kunnen meenen dat dit innig samenleven met de natuur in strijd is met zijn uitgesproken spiritualisme. Die tegenstrijdigheid is slechts schijn. Ter vergelijking zou men kunnen wijzen op Salomo's hooglied, een der meest ideëele en tegelijk een der meest zinnelijke poëmen van alle tijden. De geest van zulk een gedicht brengt ons in de atmosfeer van het werk van den auteur van l'Otage en doet ons tevens de essentieele tekortkomingen van Claudel's kunst ontdekken. Het voornaamste gebrek is het gemis aan evenwicht tusschen de gedachte en den vorm waarin zij is vervat.

De heer Claudel beweegt zich in een gedachtenatmosfeer die eigen is aan de Westersche beschaving. Maar de vorm dien hij gebruikt is dit niet. Men zou kunnen zeggen dat hij een Fransch denker en dichter is die zich uitspreekt in een Oosterschen vorm.

Zoo is het mogelijk dat gedachten en gevoelens, waarmede wij door eeuwenoude traditie zijn vertrouwd, in den door den dichter gekozen vorm vreemd en soms onkennelijk zijn geworden. Daarbij komt nog dat de gedachten en gevoelens vaak tot de uiterste grenzen gecondenseerd zijn en hun onderling verband niet meer duidelijk is. Gelukkig is dit niet altijd het geval, en soms is de lyriek van dezen dichter van een kristalheldere zuiverheid.

Zooals zij is, geeft deze bloemlezing een vrij juist beeld van het oeuvre van dezen grooten kunstenaar.

J. VAN NIJLEN